Green Greed

Wat te doen met de gasaansluiting?

Het begin van het nieuwe jaar werd opgeluisterd door een discussie over de kosten van het verwijderen van gasaansluitingen. Een beetje voor de muziek uit lijkt mij dit, maar vooruit, regeren is tenslotte vooruitzien. De interessantere vraag hierachter is hoe je de energietransitie moet financieren.

Als je geen gas meer nodig hebt kun je drie dingen met je gasaansluiting doen. Het eerste is niets, maar dan blijf je (in 2018) ca. € 130 per jaar betalen aan de netbeheerder. Het tweede is de gasaansluiting administratief laten afsluiten. Soms is dit gratis, soms wordt hier eenmalig geld voor gevraagd door de netbeheerder. Je betaalt voor een huisbezoek van een monteur die 5 minuten bezig is. De aansluiting wordt dichtgezet en verzegeld. Je hebt dan geen jaarlijkse kosten meer. De derde mogelijkheid, en daar gaat het hier om, is de gasaansluiting en de meter fysiek weg te laten halen door de netbeheerder. Dit is aanzienlijk duurder. Netbeheerders vragen hier €600-650 voor.

Laat je aansluiting niet te snel weghalen

Dit laatste zou ik overigens niet zo snel laten doen. Als de gastoevoer in de meterkast wordt afgesloten is de kans op lekkage nihil. Bovendien kun je de komende jaren nog op je schreden terugkeren als blijkt dat die warmtepomp toch niet bevalt en we inmiddels tot andere inzichten in de toekomstige rol van gas zijn gekomen. Zolang er nog wel gas in de toevoerleiding in de straat loopt blijft het risico op gaslekken, bijvoorbeeld door graafschade, bestaan. Met andere woorden, een paar meter pijp verwijderen tussen je meterkast en de straat draagt niet of nauwelijks bij aan de veiligheid in en rond je huis. Pas als de hele straat gasloos kan worden, bijvoorbeeld door het aanleggen van stadsverwarming, zou je de complete gasinfrastuctuur weg kunnen halen. Dit kunnen netbeheerders dan mooi combineren met de aanleg van de stadsverwarming, waardoor het kostenplaatje er heel anders uit komt te zien. De verwijderingskosten maken dan deel uit van een compleet project.

Socialiseren is sigaar uit eigen doos

Hier komen we op een fundamenteel punt. Bij dit soort projecten zal steeds de afweging gemaakt moeten worden hoe de projectkosten betaald worden en door wie. Door een aanzienlijk deel van de aanlegkosten te socialiseren, oftewel om te slaan over alle aansluitingen in Nederland, zou je de directe projectkosten stelselmatig onderschatten. Daarmee wordt de doorbelasting van deze kosten aan de directe gebruikers in feite te laag. De rest van de kosten wordt immers door alle huishoudens in Nederland gedragen, die hiermee het project in feite subsidiëren.
Het is hierbij echter net als bij verzekeren. Bij een klein risico met grote gevolgen heeft het zin deze hoge kosten via een verzekeringspremie om te slaan over alle verzekerden. Maar als het ‘risico’ vrijwel 100% is werkt dit principe niet meer. Iedereen zal dan linksom of rechtsom gewoon zelf voor de kosten moeten opdraaien. Energietransistie is zo’n 100% risico. Het treft ons immers allemaal.

André Jurjus, directeur van Netbeheer Nederland, de brancheclub van de netbeheerders, pleitte in een recent artikel in Trouw voor socialisatie van de verwijderingskosten. Dit is geen verrassing, want socialisatie is het favoriete model van de netbeheerders en ontslaat hen van allerlei moeilijke discussies met afnemers van hun diensten. Zij laten elk jaar hun tarieven vaststellen door de ACM en kunnen dan weer een jaar hun gang gaan. Werkt wel zo prettig natuurlijk.

Ook de nobele Grünmenschen, de voorlopers in de energietransitie die het idee hebben dat ze steeds beloond moeten worden voor hun goede gedrag met subsidies, belastingkortingen en hoofdelijke omslag van de collectieve kosten die ze veroorzaken, zijn uiteraard vóór socialisatie. Vol verontwaardiging wordt al gesproken over ‘een boete op het gasloos maken van je woning’. Hoe durven ze hier geld voor te vragen!

Maar als we uiteindelijk allemaal van het gas af moeten is dit een sigaar uit eigen doos. We subsidiëren elkaar dan allemaal, maar niet in dezelfde mate en niet tegelijkertijd. De eersten zijn goed af, terwijl het voor de latere instappers en de onvrijwillige zittenblijvers steeds duurder wordt.

In Duitsland zijn de grenzen van socialiseren zichtbaar

In Duitsland is dit effect al goed zichtbaar. Bezitters van zonnepanelen en windmolens genoten jarenlang van riante vergoedingen voor het invoeden van duurzame stroom in het net. De netbeheerders wikkelen dit af en slaan de kosten van deze vergoedingen om over alle aansluitingen. In het begin viel dit niet zo op, maar inmiddels zijn de stroomkosten voor de consument in Duitsland ca. €0,07 per kWh hoger dan in Nederland, ondanks lagere prijzen in de groothandel. Bovendien drukken deze kosten steeds sterker op de lagere inkomens die weinig energie kunnen besparen en evenmin kunnen profiteren van de installatie van zonnepanelen. De regeling is inmiddels dan ook danig versoberd.

Het is daarom onverstandig om de kosten van de energietransitie af te wentelen van de vaak welvarende early adopters naar de massa van de bevolking en uiteindelijk naar de economisch zwakkere groepen in de samenleving. Dit leidt tot foute rekenmodellen, tot een overschatting van de mogelijkheden, tot foute allocatie van kapitaal en tot een duur en uiteindelijk met name voor de lagere inkomensgroepen onbetaalbaar energiesysteem. We willen natuurlijk allemaal wel in een belastingvrije Tesla rijden die betaald wordt door onze buurman, maar dat gaat hem niet worden.

Daarom beste voorlopers, ‘put your money where your mouth is’, investeer blijmoedig in een gasloze toekomst en zeur niet over de kosten.