Energiekosten Gaan Fors Stijgen

Het regeerakkoord van het in oktober 2017 aangetreden kabinet zal leiden tot een aanzienlijke stijging van de energiekosten.

Het nieuwe kabinet belooft dat iedereen erop vooruit gaat. Tegelijk gaat de regering aan vergroening werken door belastingen op consumptie te verhogen en belastingen op inkomen te verlagen. Hoe dit uitpakt zal voor ieder huishouden verschillend zijn, maar als je veel energie verbruikt zou de balans wel eens in je nadeel kunnen uitslaan.
Verwacht wordt van burgers en bedrijven, dat zij de komende jaren grote investeringen gaan doen om hun huis en vervoer toekomstbestendig te maken. De totale energiekosten, inclusief de kosten en lasten van deze investeringen, zullen daarom sterk gaan toenemen. In dit blog zullen we de komende tijd onderzoeken hoe precies.

Eric Wiebes, onze nieuwe minister van Economische Zaken en Klimaat is niet te benijden. De klimaatambities zijn kolossaal en zullen de komende jaren in concrete plannen en maatregelen omgezet moeten worden. Laten we eens kijken wat hij zoal voor de burger in petto heeft.

Elektrisch rijden wordt de nieuwe norm

In 2030 (‘uiterlijk’) mogen auto’s die op benzine, diesel of lpg rijden niet meer verkocht worden. We gaan allemaal elektrisch rijden, of nog beter, we laten ons dan allemaal rijden in zelf rijdende elektrische voertuigen. Dat is over 12 jaar. In die tijd kopen of leasen we misschien nog één of twee keer een nieuwe of gebruikte auto. Wanneer schakel je om naar elektrisch? En wat betekent het voor de afschrijving en restwaarde van je oude auto? Over voldoende laadpunten bij je thuis, op je werk of onderweg, omgaan met ‘afstandsangst’, autovakanties en het trekken van de caravan hebben we het dan nog niet eens.

We moeten van het gas af

In 2050 (eveneens ‘uiterlijk’) gebruiken we geen gas meer voor het verwarmen van ons huis, water en koken. In proefprojecten die tot nu toe rond deze ambitie zijn uitgevoerd blijkt dat dit eigenlijk alleen bij nieuwbouw redelijk kosteneffectief gerealiseerd kan worden. De woning wordt dan zwaar geïsoleerd uitgevoerd en voorzien van ofwel een aansluiting op blok- of stadsverwarming, ofwel van een elektrisch aangedreven warmtepomp. Deze verwarming wordt gecombineerd met vloerverwarming door de hele woning, zodat het huis met een relatief lage watertemperatuur in het verwarmingssysteem warm gehouden kan worden. En ook balansventilatie, een zonneboiler en zonnepanelen voor het opwekken van elektriciteit mogen dan eigenlijk niet ontbreken. Er zijn op dit moment hooguit enkele honderden woningen in Nederland die aan deze hoge standaarden voldoen. Nog een ruime 7 miljoen woningen te gaan dus. Ca. 90% van alle woningen heeft een gasaansluiting, de rest heeft al blokverwarming, bijvoorbeeld appartementen in flatgebouwen, of stadsverwarming. De huidige blok- of stadsverwarming draait overigens in vrijwel alle gevallen ook gewoon op gas of andere fossiele brandstoffen.
Deze voorzieningen achteraf aanbrengen in bestaande oudere woningen en buurten kan wel, maar is buitengewoon kostbaar. Je moet dan denken aan investeringen per woning tussen de €30.000 en €80.000 of meer, afhankelijk van type, ouderdom, etc. En nog afgezien van investeringen in publieke infrastructuur om bijvoorbeeld duurzame blok- of stadsverwarming op grote schaal mogelijk te maken. We krijgen immers wel ‘recht-op-warmte’, maar dit recht is niet gratis.

Belastingen blijven stijgen

Als het aan de overheid ligt zullen ook de gewone energiekosten de komende jaren alleen maar stijgen. Voor 2018 en 2019 zijn al belastingverhogingen aangekondigd en ook voor de jaren daarna zijn verhogingen te voorzien om de pot te vullen waaruit Economische Zaken de subsidies aan duurzame energieprojecten financiert. Hiervoor zijn in diverse rondes al langjarige verplichtingen aangegaan. Enerzijds is dit een prikkel voor burgers om in besparingsmaatregelen te gaan investeren, maar anderzijds bestaat het risico dat hoe beter sommige burgers hierin slagen, hoe hoger de tarieven voor de anderen zullen worden. De totale belastingopbrengst moet immers wel gehaald worden. Reken hier uit wat de aangekondigde verhogingen voor jou gaan betekenen.

De energieprijs blijft onzeker

Interessant is wat er met de kale stroomprijzen de komende jaren gaat gebeuren. Aan de ene kant hebben we de afgelopen jaren overwegend dalende prijzen gezien, zeker in de zomer waar het groeiende aanbod van zonnestroom en wind in Nederland en omringende landen (vooral Duitsland) een drukkend effect op de stroomprijs uitoefent. Deze beweging zal wel doorgaan. Gedetailleerd inzicht in de ontwikkeling van de stroom- en gasprijzen gedurende de laatste jaren bieden we op de Forstrom website.
Aan de andere kant neemt de druk om fossiele centrales uit bedrijf te nemen toe, vooral waar het gaat om kerncentrales (Duitsland en België) en kolencentrales. Dit kan op termijn vooral in de wintermaanden tot krapte op de markt gaan leiden, zeker als het eens wat minder hard waait. Hoge stroomprijzen in de winter en lage prijzen in de zomer zijn daarmee waarschijnlijk. Hoe dit per saldo uit gaat pakken is echter koffiedik kijken.
Als stroom uit gascentrales in de toekomst kern- en kolenstroom moet vervangen is niet denkbeeldig dat de kale gasprijs, die de laatste jaren vrij gematigd is, ook weer gaat stijgen. Hier gaat elke consument die nog niet ‘gasloos’ is last van krijgen.

Zijn zonnepanelen nog wel interessant?

Tot slot worden de voorlopers in deze transitie, degenen die al in zonnepanelen geïnvesteerd hebben, of van plan zijn dit binnenkort te doen, geconfronteerd met een aangekondigde afbouw van de regeling waarbij je voor aan het net terug geleverde stroom evenveel ontvangt als voor afgenomen stroom op een ander moment in het jaar. Dit is de zogenaamde salderingsregeling. Aangezien de stroomkosten voor ca. tweederde uit belasting bestaan, betekent afbouw van deze regeling vooral dat volledige verrekening van de energiebelasting vanaf 2020 niet meer mogelijk zal zijn. Wat het dan wel wordt is nog onduidelijk. Uitrekenen of het financieel zinvol is om zonnepanelen te installeren kun je op het moment dus niet meer, omdat de terugverdientijd nu (ca. 7-9 jaar) de resterende tijd van de huidige regeling ruim overschrijdt. Dit zal de zonnebranche geen goed doen.

Kortom als het om energie gaat wordt er wel een heel groot beroep op het vertrouwen van de burger gedaan dat dit goed gaat komen, laat staan dat hij of zij daar financieel beter van gaat worden.