Zin en Onzin van Groene Energie

Veel marketing in de energiemarkt gaat over groen, groener, groenst. Wat betekent dit nu precies, en heeft het zin hier veel aandacht aan te besteden?
Onze conclusie is dat de meeste claims onzin zijn, vooral gericht op een hogere opbrengst voor leverancier en producent, maar niet op meer investeringen in duurzame productie. Wil je echt investeren, neem dan zonnepanelen.
Verder draag je via de milieubelasting op stroom en gas al veel bij aan subsidies voor duurzame productie. Voel je dus niet schuldig als je gewone ‘grijze’ stroom koopt!

Waar Komt Onze Energie Vandaan?

Stroom en gas zijn producten die zich voor de kleinverbruiker in het gebruik niet onderscheiden. Stroom is stroom en gas is gas. Nederland heeft een dicht net van kabels en leidingen waardoor stroom en gas van de productielocaties naar de eindafnemers stromen.
Tenzij je pal naast een windmolen woont of zonnepanelen op je dak hebt liggen, waarvan je de opgewekte stroom zelf verbruikt, weet je eigenlijk nooit precies waar de stroom en het gas die je verbruikt op dat moment vandaan komen.
Wat je fysiek geleverd krijgt op je aansluiting is bij stroom altijd een mix van verschillende productiebronnen, variërend van met kolen- of biomassa gestookte kolencentrales, gascentrales, windmolens, en kernenergie tot je eigen zonnepanelen.
Afhankelijk van het aanbod van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie en van de vraag op een bepaald moment zullen bepaalde types opwek harder of zachter draaien om aan de totale vraag naar stroom te voldoen. De productiemix verandert daardoor voortdurend.
Voor gas geldt iets dergelijks, waarbij de bronnen kunnen variëren van gas uit Groningen of andere Nederlandse gasvelden tot geïmporteerd gas uit bv. Noorwegen of Rusland. Daarnaast is op kleine schaal biogas beschikbaar dat uit vergisting van landbouwproducten en mest ontstaat.

Groene Stroom en Stroomcertificaten

Als het over groene stroom gaat is het belangrijk een onderscheid te maken tussen productie en verbruik. Voor elke MWh (1.000 kWh) die duurzaam geproduceerd wordt door bijvoorbeeld windmolens, inzet van biomassa als brandstof, of door waterkrachtcentrales in Noorwegen, mag de producent 1 ‘groencertificaat’ op de (Europese) markt brengen.
Dit groencertificaat wordt los van de stroom verhandeld. Als een leverancier ‘groene stroom’ aan een klant verkoopt, koopt de leverancier neutrale stroom in op de elektriciteitsmarkt, en koopt de leverancier apart hiervan groencertificaten in van producenten van het soort groene stroom dat de leverancier zijn klanten verkoopt. TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet in Nederland en marktmeester op de elektriciteitsmarkt, bewaakt dat dit netjes verloopt.
Op deze manier kunnen leveranciers ‘groene stroom’ aanbieden die als het ware afkomstig is van de bijbehorende productiebron. Deze certificaten hebben een bepaalde prijs, waardoor groene stroom iets duurder is dan gewone stroom.
Hoeveel precies is niet erg transparant. Groencertificaten worden niet verhandeld op een openbare beurs maar alleen tussen traders onderling. Hoe specifieker de bron hoe hoger in de regel de opslag. Globaal gaat het om een opslag op de kale stroomprijs van ca. 0,2 eurocent per kWh voor groene stroom van Noorse waterkrachtcentrales, tot zo’n 0,8 eurocent per kWh voor windstroom van Nederlandse bodem.

Sjoemelstroom en Opslag Duurzame Energie

Door groene stroom te kopen stimuleer je duurzame producenten die daarmee een extra opbrengst hebben. Nu zijn er in Nederland veel groencertificaten beschikbaar die geïmporteerd worden uit Noorwegen of IJsland, waar al sinds jaar en dag  groene stroom geproduceerd wordt met natuurlijke hulpbronnen.
Noorwegen heeft vrijwel alleen maar waterkrachtcentrales, dus de stroom in Noorwegen is volledig duurzaam. De Noren hebben daarom geen belangstelling voor hun eigen groencertifcaten. Waarom zou je extra betalen voor stroom die toch al duurzaam is? Maar deze certificaten mogen in Europa ook in andere landen verhandeld worden.

Zo zijn er op de Nederlandse markt veel Noorse groencertificaten beschikbaar. Het totale volume dat in Nederland als ‘groene stroom’ verkocht wordt is dan ook vele malen groter dan de duurzame stroom die daadwerkelijk in Nederland geproduceerd wordt. Het geld dat bij Noorse waterkrachtcentrales terecht komt zal daar in de regel niet leiden tot extra investeringen in duurzame productie. De extra opbrengst wordt in dank aanvaard, maar de wereld wordt er niet beter van.

De duurzame stroom uit Noorwegen wordt zo als het ware tweemaal als ‘groen’ verkocht. Eenmaal aan de Noren zelf (zonder certificaatopslag) en nog een keer ergens anders in Europa, en dan vooral in Nederland.
Vandaar dat in de media en door milieu-organisaties wordt gesproken over ‘sjoemelstroom‘ als het gaat om stroom die op deze wijze ‘vergroend’ is. Milieugroepen vinden dat stroomverbruik op deze wijze ‘vergroenen’ een wel erg gemakkelijke en goedkope weg is voor organisaties en consumenten om goede sier te maken met hun duurzame intenties.

Bedenk overigens dat de overheid de Opslag Duurzame Energie die je betaalt investeert in subsidie voor projecten gericht op de productie van duurzame energie, zoals grote windmolenparken op zee. Dus ook als je ‘gewone stroom’ koopt draag je via de milieubelastingen al flink bij aan het stimuleren van echte investeringen in duurzame productiecapaciteit!

Het sjoemelprincipe en de bijdrage via de Opslag Duurzame Energie zijn wat mij betreft twee goede redenen om geen groene stroom bij je leverancier te kopen, tenzij je precies weet waar de opslag die je betaalt terecht komt, en je deze producent extra wilt belonen.
De meeste zekerheid over je milieubijdrage heb je door zelf met zonnepanelen duurzame stroom te gaan produceren.

CO2 Gecompenseerd Gas

Het aanbod van ‘groen gas’ uit biovergisting is nog te beperkt om een markt van betekenis te vormen. Om via gas toch een bijdrage te leveren aan verduurzaming kan de CO2-uitstoot van aardgas gecompenseerd worden door het aankopen van CO2-certificaten.
De Europese Unie heeft een plafond gesteld aan de uitstoot van CO2 door bv. energiecentrales. CO2 heeft daarmee ook een prijs gekregen. Deze prijs wordt uitgedrukt in euro per ton (1.000kg) CO2. Elke fossiele brandstof die verbrand wordt levert CO2 als afvalproduct op. Zo levert 1 m³ Gronings aardgas bij verbranding 1,78 kg CO2 op. Verbruik je bv. in een jaar 2.000 m³ aardgas, dan stoot je huis 2.000 x 1,78 = 3.560 kg of 3,56 ton CO2 per jaar uit.
De prijs van 1 ton CO2 bedraagt in januari 2019 in de groothandel €23,40 per ton. Dus in dit voorbeeld zou voor 3,56 x €23,40 = €83,30 de CO2 uitstoot van je huis gecompenseerd kunnen worden. Er worden dan 3,56 certificaten uit de markt genomen, wat dus effectief betekent dat het totale CO2 plafond in de EU dit jaar met 3,56 ton daalt voor die partijen die zich aan dit plafond moeten houden.

Hierdoor zal de prijs (marginaal) hoger worden en daarmee de prikkel om te gaan investeren in CO2-zuinige productie sterker. Bedenk wel dat er op deze wijze niet echt CO2 verdwijnt. De uitstoot wordt alleen een heel klein beetje duurder. De CO2-uitstoot wordt pas echt minder als producenten hiervoor gaan investeren.
Voor de gasprijs die je betaalt betekent dit dat deze op dit moment ca. €3,5 cent per m³ hoger zal zijn als je kiest voor CO2 gecompenseerd gas (incl. BTW). Een flinke prijsopslag met een marginaal effect.

Forstrom ©2019