Belastingtarieven 2020

Hier vind je de actuele belastingtarieven voor huishoudens, en krijg je inzicht in hoe de totale belastingdruk voor energie zich de laatste jaren ontwikkeld heeft. Een gemiddeld huishouden betaalt in 2020 in totaal €896 aan belastingen op energie. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2011. Het is een verlaging ten opzichte van 2019 met €42 per jaar, bij een gemiddeld stroomverbruik van 3.500 kWh en een gasverbruik van 1.800 m³ per jaar.

Belastingtarieven Kleinverbruik 2020

Waarom Belastingheffing op Energie

De overheid heft op verschillende manieren belasting over het energieverbruik van huishoudens. De algemene rechtvaardiging hiervoor is dat de milieuschade door energieverbruik zo in enige mate gecompenseerd wordt.
Er worden twee milieubelastingen geheven over het verbruik van stroom en gas. De eerste belasting is de Energiebelasting. De tweede belasting is de Opslag Duurzame Energie.
De Energiebelasting is een accijns op het verbruik. De Opslag Duurzame Energie is vanaf 2013 toegevoegd, en dient speciaal om de subsidies te financieren die de overheid onder de naam SDE+ verstrekt aan grootschalige producenten van duurzame energie, zoals windmolens, zonneweides en biomassa-installaties.
Vooral de kleinverbruikers, huishoudens en kleine bedrijven, vullen zo de subsidiepot waaruit de grote energiebedrijven zich bedienen om hun investeringen in duurzame energie te doen.
Als je ‘groene stroom’ koopt betaal je deze producenten nog een extraatje. Het is maar wat je wilt natuurlijk. Er zal geen windmolen extra door gebouwd worden. Voor investeringen zijn de subsidies uit de SDE+ pot veel belangrijker dan de kleine opslag op de stroomprijs voor groene stroom.

Grondslag Belasting op Energie

Alle milieubelastingen worden over het verbruik in een kalenderjaar geheven. Voor stroom zijn de tarieven per kilowattuur (kWh) en voor gas per kubieke meter (m³). De belastingtarieven kennen verschillende schijven. Eerst wordt de eerste schijf volgemaakt. Als het totale verbruik in een jaar de eerste schijf overschrijdt, wordt het meerdere tegen de tweede schijf belast, en zo verder. Wij publiceren hier de tarieven voor kleinverbruikers. Alle tarieven, ook van vorige jaren, zijn te vinden op de site van de Belastingdienst.

Heffingskorting 2020

Heffingskorting en BTW

Naast de belastingtarieven die op het volume van de energielevering van toepassing zijn, zijn nog twee tarieven van belang, namelijk de Heffingskorting en de BTW.
De Heffingskorting is ingevoerd om lagere inkomens te ontzien en was destijds gekoppeld aan de gelijktijdige invoering van de vaste kosten per aansluiting die de netbeheerders in rekening brengen.
Het is een belastingkorting voor iedere ruimte met een woon- of verblijfsbestemming met een zelfstandige aansluiting op het electriciteitsnet. Hij geldt dus voor woonhuizen, appartementen, kantoren en winkels. Maar bv. niet voor schuren, garages of stallen. De korting is een vast bedrag per jaar dat op je jaarlijkse energierekening is terug te vinden.
In 2020 is de heffingskorting na jaren van kleine dalingen fors verhoogd tot €436 per jaar, excl. BTW.
Waarom de overheid dit gedaan heeft is niet erg duidelijk. Het is althans niet te verklaren vanuit het beoogde sturende effect van de energiebelastingen richting besparing en elektrificering (vervanging gastoestellen door elektrische apparaten).
De heffingskorting kan in feite gezien worden als een stukje basisinkomen voor alle Nederlandse huishoudens. Kennelijk is om inkomenspolitieke redenen besloten aan deze knop te draaien, en zo de woonlasten van alle Nederlanders in dezelfde mate iets te verlagen.

Daarnaast wordt over het geheel van de energiekosten nog 21% BTW geheven, dus ook over de milieubelastingen en de korting.

Ontwikkeling Belastingheffing Energie 2011-2020

Inkomenseffecten Belastingheffing op Energie

In de grafiek worden de belastingen en de heffingskorting als index weergegeven (2011 = 100). Daarnaast wordt weergegeven hoe de totale belastingdruk op huishoudens zich in de jaren 2011-2020 ontwikkeld heeft. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddeld huishouden met een stroomverbruik van 3.500 kWh per jaar en een gasverbruik van 1.800 m³ per jaar.
In de grafiek zien we dat de belasting op elektriciteit (blauwe lijn) in deze jaren niet veel gewijzigd is (2020 is 12% hoger dan 2011). De intenties van de overheid lijken hier een beetje op een jojo. Eerst een lichte stijging, dan een flinke daling in 2016, kleine stijgingen in 2017 en 2018, een lichte daling in 2019 en opnieuw een kleine stijging in 2020.
Wat de toekomst brengt is nu nog niet duidelijk, maar aannemelijk is dat de belasting op stroom uiteindelijk wel zal blijven stijgen. Als er immers, zoals de bedoeling is, steeds minder gas en steeds meer stroom verbruikt wordt, zal de belastingopbrengst toch ergens vandaan moeten komen.
Elders op deze website pleiten wij overigens voor een geheel andere opzet van de energiebelastingen. Gezien de gewenste transitie van gas naar elektriciteit ligt het voor de hand om energiedrager-neutrale belastingtarieven in te voeren, zodat een overstap van gas naar elektriciteit niet ‘bestraft’ wordt door een veel hogere belastingdruk op het huishouden, zoals nu het geval is.

De heffingskorting (geel) werd tot 2019 langzaam afgebouwd. In 2020 is de korting zoals we hiervoor zagen echter weer flink verhoogd tot een niveau dat nu 37% hoger is dan in 2011.

De grote stijging zit in de belasting op aardgas (groen). Deze is in de periode 2011-2020 maar liefst met een factor 2,5 verhoogd. Verdere stijgingen zijn voor de komende jaren al aangekondigd. Wat de overheid aan gasbaten in Groningen inlevert wordt op deze wijze bij de burgers teruggehaald.

Hiermee stijgt ook de totale belastingdruk (oranje) voor een gemiddeld huishouden. In 2011 betaalde dit huishouden €446 per jaar aan energiebelastingen (na korting, incl. BTW). In 2020 is deze belastingdruk gestegen tot €896, een verdubbeling ten opzichte van 2011. De belastingdruk in 2020 is voor een gemiddeld huishouden wel €42 lager dan in 2019. Dit is bereikt door een aanzienlijke verhoging van de heffingskorting zoals hierboven beschreven.

In de totale energierekening zit overigens nog meer belasting. Op de stroom- en gaslevering, op de netwerkkosten van de netbeheerders en op het vastrecht van de leverancier wordt immers ook nog BTW geheven.
Aangezien de inflatie in deze jaren vrij gering was, is deze stijging vooral te zien als een doelbewust duurder maken van fossiele brandstoffen, en een prikkel om aan energiebesparing te gaan doen.
Alleen is dit niet voor iedereen even eenvoudig, mogelijk, of zinvol. Denk bv. aan huurders of woningeigenaren met lage inkomens. Of aan ouderen voor wie het niet meer loont om nog grote investeringen in de woning te doen. Woonlastenneutraal kan de energietransitie tot nu toe dan ook bepaald niet genoemd worden.

Forstrom ©2020