Kunnen We Klimaatverandering Stoppen?

Klimaatverandering is een urgent probleem…

De discussie over klimaatverandering en wat hieraan te doen valt, verloopt vaak zwart-wit en gepolitiseerd. Óf je gelooft dat het klimaat snel verandert, en dat we alles uit de kast moeten halen om dit te voorkomen. Óf je behoort tot de klimaatontkenners, die geloven dat het allemaal wel meevalt, dat het klimaat altijd verandert en dat we daar niet zoveel aan kunnen doen.

Ik voel mij in geen van beide kampen thuis. Ik deel het alarmisme van de eerste groep, maar niet hun oplossing. Ik verwerp de ontkenning van de tweede groep, maar deel hun pessimisme over de maakbaarheid van het klimaat.

Vrijwel alle wetenschappers stellen op grond van harde feiten vast dat het klimaat op dit moment sneller verandert dan goed voor ons is. Ook valt niet te ontkennen dat de mens een belangrijke rol speelt in de verandering van belangrijke ecosystemen op onze planeet, inclusief het klimaat. Zeker geldt dit op een regionale schaal waar mijnbouw, ontbossing, erosie en exploitatie van landbouwgrond tot veel zichtbare verandering en bijkomende rampen geleid heeft. Dus ja, we veranderen het klimaat als onbedoeld gevolg van onwetendheid, hebzucht en achteloos handelen op deze terreinen. Maar dit betekent niet automatisch dat we het klimaat aan een touwtje hebben.

Het is naïef te verwachten dat een nog steeds groeiende wereldbevolking op gaat houden met deze soms onbezonnen activiteiten. We zullen ons daarom op de verdere gevolgen hiervan moeten voorbereiden, en de problemen die ontstaan moeten oplossen waar en wanneer zij zich voordoen. Hierbij is weinig tijd te verliezen. Ingrijpende gevolgen, zoals migratie van grote groepen mensen, mede veroorzaakt door de invloed van klimaatverandering op lokale voedselproductie, ervaren we nu al.

De lijst met grotere en kleinere gevolgen van klimaatverandering is lang. Grote gevolgen voor kustgebieden, landbouw en biodiversiteit treffen in potentie honderden miljoenen mensen direct in hun voortbestaan, en hebben daarmee impact voor vrijwel de hele wereldbevolking. Er is daarom een urgente noodzaak om deze gevolgen te onderkennen en oplossingen voor de goed voorspelbare problemen te bedenken. Hiervoor is wereldwijde samenwerking nodig op een nog nooit eerder vertoonde schaal. Het klimaatakkoord van Parijs is een hoopvolle eerste stap om een dergelijke samenwerking tot stand te brengen, vooral via het opzetten van fondsen en projecten om lokale problemen als gevolg van klimaatverandering aan te pakken.

…CO₂-reductie gaat dit probleem niet oplossen

Helaas gaat de discussie vervolgens vrijwel uitsluitend over het tegengaan van klimaatverandering. Daar ben ik om drie redenen niet erg optimistisch over.

In de eerste plaats is de wetenschap waarop deze strategie gebaseerd wordt, ondanks de rekenkracht die er tegenaan gegooid wordt, tamelijk dun. Uitspraken over de toekomst worden gebaseerd op klimaatmodellen die een breed spectrum van uitkomsten mogelijk maken, afhankelijk van de aannames die je er in stopt. Het zijn in essentie dezelfde computermodellen als waarmee het weer van de komende dagen voorspeld wordt. Deze laat men nu niet 5 dagen maar 30 jaar vooruit rekenen. Het klimaat is tenslotte niets anders dan het gemiddelde weer over een zekere periode, en wordt gekenmerkt door gemiddelde temperatuur, zonuren, neerslag, wind, etc. In de Volkskrant-bijlage van 11 nov. 2017 staat een goed overzichtsartikel over de huidige stand van de klimaatwetenschap. Dat deze modellen op belangrijke kenmerken een redelijke ‘fit’ opleveren met het verleden is helaas geen garantie dat ze ook voor de toekomst correcte voorspellingen kunnen doen, zoals iedere beurshandelaar je kan vertellen. Alle ‘harde’ voorspellingen over de gemiddelde temperatuur op aarde over zoveel jaar bij al dan niet gewijzigd beleid berusten helaas op drijfzand.

Dat wil niet zeggen dat aan het principe dat broeikasgassen opwarming veroorzaken getwijfeld hoeft te worden, maar wel aan de suggestie dat de gemiddelde temperatuur op aarde alleen en uitsluitend door de concentratie van deze broeikasgassen bepaald wordt.
Dit laatste is uiteraard onzin, denk bijvoorbeeld aan de invloed van de zon, van vulcanisme of van oceaanstromingen, maar is wel de drijvende kracht achter het publieke debat over klimaatverandering en CO₂. Politici versimpelen de klimaatwetenschap, wat een zeer complex terrein is, tot één oorzaak-gevolg relatie: Verhoging van de CO₂-concentratie in de atmosfeer leidt tot een broeikaseffect waardoor de gemiddelde temperatuur stijgt en het klimaat verandert. Dus kunnen we klimaatverandering afremmen, of zelfs stoppen, door de CO₂-uitstoot die optreedt bij het  verbranden van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen. Met dank aan Al Gore die in 2006 met zijn project ‘An Unconvenient Truth’ deze theorie gepopulariseerd heeft.
Was het maar zo simpel. Het klimaatsysteem is oneindig veel complexer. Er is dan ook geen enkele garantie dat reductie van de CO₂-uitstoot, als we hierin al zouden slagen, de klimaatverandering gaat stoppen en de gevolgen hiervan gaat oplossen. Politici rennen graag achter een simpele doelstelling aan die ze zelf begrijpen en aan hun kiezers kunnen uitleggen.

Het derde probleem is dat de doelstellingen die in het klimaatakkoord van Parijs zijn vastgelegd met hoge waarschijnlijkheid niet gehaald gaan worden, zoals bijna dagelijks in nieuwe studies te lezen valt. Zie bijvoorbeeld de gezaghebbende World Energy Outlook 2017 van het Internationale Energie Agentschap, waarin te lezen valt dat er in 2040 – de horizon van dit rapport – nog een enorm gat zit tussen de meest waarschijnlijke uitkomsten op basis van voorgenomen beleid en investeringen, en het pad dat zou leiden naar een wereld zonder CO₂-uitstoot. De plannen van landen en energiebedrijven leiden opgeteld eenvoudigweg niet tot de gezochte CO₂-reductie naar vrijwel nul, die voor het jaar 2050 wordt nagestreefd. Dit is volgens de beste wetenschap die we hebben (zie hierboven) nodig om de gemiddelde opwarming te beperken tot maximaal 1,5°C ten opzichte van de tijd vóór 1850, het moment waarop de industriële revolutie vaart begon te maken en het verbranden van fossiele brandstoffen sterk ging toenemen. Behalve dat de plannen onvoldoende zijn, loopt ook de uitvoering van deze plannen vrijwel overal achter op het gewenste tijdpad. Deze reductie gaat dus gewoon niet gebeuren.

Er wordt wel gesteld dat we nu eenmaal geen betere wetenschap hebben, en dat we niet kunnen gaan zitten wachten tot dit wel zo is. En dat we daarom deze ene CO₂-factor beter wel dan niet kunnen aanpakken. Baat het niet dan schaadt het niet. We doen tenminste iets door klimaatverandering actief te bestrijden, en dat voelt beter dan lijdzaam toezien. Maar klimaatbeleid dat zich vooral richt op het najagen van het CO₂-fantoom, in de hoop dat alle andere problemen hierdoor vanzelf verdwijnen, heeft een zeer grote faalkans. Namelijk de kans dat politici het bij het verkeerde eind hebben met hun simplistische klimaatmodel, gekoppeld aan de kans dat het de wereld niet gaat lukken om de CO₂-uitstoot zo drastisch te beperken. En falen schaadt wel degelijk! Want ondertussen verliezen we kostbare tijd en middelen om de directe problemen rond voedselproductie, migratie, ecosystemen, biodiversiteit en zeespiegelstijging aan te pakken.

De energietransitie heeft een eigen dynamiek

Is de energietransitie daarom onzin? Zeker niet! Over energietransitie werd al nagedacht lang voordat het klimaat een urgent thema was. Hier zijn zes goede redenen voor.

Het winnen van energiegrondstoffen als bruinkool, kolen, en olie richt lokaal vaak grote ecologische schade aan en veroorzaakt zeer veel directe en indirecte slachtoffers in de mijnbouw. Ook het winnen van gas is niet meer zo onschuldig, zoals de inwoners van Groningen zullen beamen.

Het verbranden van fossiele energiebronnen veroorzaakt op zijn beurt lokaal luchtvervuiling die tot aanzienlijke gezondheids- en milieuschade kan leiden. Omdat we in het westen veel van onze vervuilende industrie gesloten hebben, en de resterende uitstoot grotendeels wegfilteren, merken we hier niet meer zoveel van. Maar inwoners van China en India, waar deze productie voor een groot deel naartoe verhuisd is, en waar ze het wat minder nauw nemen met milieunormen, des te meer.

Winbare reserves van deze grondstoffen zijn niet onuitputtelijk en het vinden en in productie nemen van deze reserves wordt steeds duurder. Er is dus een dwingende economische reden om naar alternatieven te gaan zoeken.

Veel landen zijn voor hun energievoorziening afhankelijk van importen uit andere landen of regio’s. Dit creëert geo-politieke afhankelijkheden en mogelijkheden voor politieke chantage waar niet iedereen zich comfortabel bij voelt. Er is geen grondstof waar meer oorlogen om gevoerd zijn dan olie. Naarmate de schaarste toeneemt nemen de risico’s op dit punt ook toe.

Olie en verwante koolwaterstoffen zijn grondstoffen voor de organische chemie, en daarmee voor zeer veel producten die we dagelijks gebruiken, zoals plastics, verf, cosmetica, schoonmaakproducten, etc. Het is eigenlijk zonde om deze grondstof te verbranden als er veel hoogwaardiger toepassingen voor zijn.

En tenslotte zijn er inmiddels alternatieve energiebronnen die het geleidelijk uitfaseren van fossiele brandstoffen mogelijk maken. Zeker als we bedenken dat er op het gebied van energiebesparing en energie efficiëntie nog een wereld te winnen is. Deze alternatieven zullen het uiteindelijk ook op economische gronden gaan winnen van fossiele brandstoffen. Zon en wind zijn tenslotte gratis.

De toekomst zal opwindend zijn

De overgang naar een duurzame energiehuishouding is dan ook zinvol, onvermijdelijk en opwindend. Deze overgang maakt op dit moment een stortvloed aan creativiteit en innovatie los. Dit leidt tot fantastische vergezichten en zal de manier waarop we wonen, werken en ons vervoeren de komende decennia ingrijpend gaan veranderen. De klimaat urgentie maakt kapitaal los en levert momentum voor deze transformatie.

Je zou dit een positief neveneffect van de jacht op CO₂ kunnen noemen. Grote bedrijven, het grote geld, politici en hun adviseurs leven nu eenmaal in een andere werkelijkheid. Hierbij is de vraag hoe je een hele samenleving van burgers en bedrijven ergens voor in beweging krijgt. Het stellen van een simpel doel, een stip aan de horizon en een streefjaar is hiervoor een beproefd middel. President J.F. Kennedy formuleerde op 25 mei 1961 het doel om voor het einde van het decennium een mens op de maan te zetten, en zo geschiedde.

De energie transformatie is echter van een geheel andere orde dan een tamelijk geïsoleerd project als dat van de maanlandingen, omdat deze transitie ons allemaal en wereldwijd gaat raken. Wat erg duur zal blijken te zijn, is deze transitie dwingend koppelen aan de illusie dat we hiermee klimaatverandering ook werkelijk gaan voorkomen, en aan een harde deadline als 2050. Politici verwarren aspiratie met realiteit, en raken verstrikt in internationale afspraken als het akkoord van Parijs, of nationale afspraken die zelfs kracht van wet dreigen te krijgen (in een ‘Klimaatwet’), en die zij voorspelbaar niet waar gaan maken. Onder deze zelf opgelegde druk dreigen domme en dure beslissingen, die tot grote schade en lasten voor de Nederlandse samenleving kunnen leiden, zoals het sluiten van kolen- en kerncentrales die nog jaren mee kunnen, en die we hard nodig krijgen als alle landen om ons heen gelijktijdig dit soort beslissingen nemen. Of het versneld uitfaseren van gas en de bijbehorende infrastructuur, terwijl we die in een duurzame energiehuishouding nog prima kunnen gebruiken. Wat minder hysterie en wat meer realiteitzin zou prettig zijn.

De energietransitie is gaande, om allerlei goede redenen, maar de tijd die voor deze transitie nodig is zal uiteindelijk bepaald worden door de technologische ontwikkeling en de snelheid waarmee deze technologie, op eigen merites, economisch en op wereldschaal kan concurreren met fossiele brandstoffen. Bovendien moet daarvoor zeer veel bestaande infrastuctuur op de schop en nieuwe gecreëerd worden, en dat gaat nu eenmaal niet snel. Daar zullen tijdelijke subsidies en belastingen, of dwingende maatregelen in ons deel van de wereld weinig aan veranderen.

Maar ondertussen worden burgers en bedrijven in Nederland opgescheept met een politiek geforceerde energietransitie. Politieke dwang is ook een realiteit, die iedereen confronteert met de vraag wat dit voor hem of haar gaat betekenen, waar de kansen liggen en waar de risico’s. Deze vragen staan centraal op deze website.

Geef een reactie