Wij Willen Gas!

Door een overreactie op het Groningse drama dreigt het kind met het badwater weggegooid te worden. Dit leidt tot een immens welvaartsverlies voor de Nederlandse samenleving. Daarom een pleidooi voor het gebruik van (circulair) gas en het instandhouden van de unieke gasinfrastructuur in Nederland, die ook voor een volledig duurzame energievoorziening essentieel zal blijken te zijn.

Dit verhaal gaat niet over Groningen…

Natuurlijk speelt Groningen een belangrijke rol als het om gas gaat. Het is immers dankzij het enorme gasveld in de omgeving van Slochteren dat Nederland op energiegebied sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw geworden is tot wat het is: Een gasland bij uitstek, met een fijn vertakt gasnetwerk dat gas bij de industrie aflevert, de Nederlandse tuinbouw in staat stelt tot zijn fabelachtige productie en internationale concurrentiekracht, en dat al onze huizen en gebouwen warm houdt in de winter. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat de Groningers er al deze jaren bekaaid vanaf zijn gekomen, en nu opgescheept zitten met gescheurde huizen en veel persoonlijke ellende. Mismanagement van de zijde van de Staat en haar partners bij de gaswinning in Groningen tot nu toe, en bij de omgang met de problemen daar, is een understatement. Toch mag dit geen reden zijn om gas als energiedrager dan maar helemaal af te serveren. Gas komt niet alleen uit Groningen. Gas geheel uitbannen zou buitengewoon onverstandig zijn, en voor Nederland op een economische zelfkastijding uitlopen van ongekende proporties.

Gas is voorlopig niet op

De prognoses gingen er tot voor kort vanuit dat het Groningse gas rond 2030 ‘op’ zou zijn, uitgaande van de toen geldende productiehoeveelheden. Althans dat de productie na 2020 sterk zou teruglopen en Nederland na 2030 een netto importeur van gas zou worden, zoals in onderstaand plaatje van Energiebeheer Nederland is weergegeven.

Schermafbeelding 2018-02-03 om 10.36.01
Energiebeheer Nederland 2014

Sinds 2014 is in stappen besloten de productie in Groningen eerder sterk terug te brengen, met 12 miljard m³ (BCM) als voorlopige doelstelling. Zoals in het plaatje zichtbaar is zouden we tot ca. 2030 in belangrijke mate voor de export produceren. Door het terugbrengen van de productie komt deze export onder druk te staan. Maar zelfs bij een halvering van de totale productie (inclusief de overige gasvelden in Nederland en op zee), kan Nederland nog grotendeels aan de binnenlandse consumptie voldoen (de rode lijn in het plaatje). Bovendien is wat we nu niet produceren niet weg. Op dit lagere productieniveau kunnen we veel langer dan 2030 doorgaan met gas te produceren voor de binnenlandse markt, zonder direct sterk afhankelijk te worden van import. Dat is goed nieuws!

Overigens is er niets mis met internationale gashandel. De aanvoerroutes zijn aanwezig, vanuit de Noordzee, vanuit Rusland of vanuit andere regio’s via LNG-transport. Het is wat merkwaardig hier nu opeens een probleem van te maken, terwijl we al vele decennia olie en oliederivaten uit de hele wereld naar Rotterdam laten komen. Conversiefabrieken (van LNG naar gas of van hoogcalorisch naar laagcalorisch gas) zijn er al, en kunnen vrij eenvoudig uitgebreid worden. Dit is relatief simpele en bewezen technologie. Als we de komende jaren nog exportverplichtingen te vervullen hebben, zullen we, bij een lager productievolume, zelf gas moeten invoeren om aan de binnenlandse vraag te voldoen. Geen big deal.

De gastraders worden er ook niet nerveus van. Ondanks alle paniek en publiciteit over productiebeperking in Groningen vertoont de forward gasprijs op dit moment (Okt18) voor de komende 6 jaar alleen maar een dalende trend. Kennelijk verwacht ‘de markt’ een naaste toekomst waarin overvloedig en voordelig gas beschikbaar zal zijn. Voor wat het waard is overigens. Het voorspellen van olie- en gasprijzen blijkt telkens weer een heikele zaak te zijn, waar onverwachte geo-politieke ontwikkelingen veel invloed op uit kunnen uitoefenen.

Gas futures; bron: Ice Endex Dutch TTF Gas Base Load Futures 12-09-2018

Veel zal hierbij afhangen van de Amerikaanse export-ambities. In de Verenigde Staten draait de productie van schalie-olie en -gas weer op volle toeren, en als het aan het huidige bewind ligt zal dit zo blijven. Dit zal de komende jaren een neerwaartse invloed op de wereldmarktprijs uitoefenen, omdat Amerika steeds minder zal importeren en wellicht zelfs op flinke schaal gaat exporteren. Kortom, er is voorlopig genoeg gas, en het zal niet bijzonder duur zijn. Dit is overigens relatief goed voor het klimaat, omdat gas in Amerika en elders vooral concurreert met kolen, dat bij verbranding per eenheid energie ongeveer 2x zoveel CO₂ genereert als gas.
Ook voor de beschikbaarheid van gas op veel langere termijn hoeven we ons nog geen zorgen te maken. De industrie gaat er vanuit dat er voor nog minimaal 200 jaar gas op de wereld is (geredeneerd vanuit de huidige consumptie en bekende reserves), terwijl nieuwe bronnen (schaliegas) en nieuwe ‘enhanced recovery’ productietechnieken de winbare reserves de afgelopen jaren verder hebben doen toenemen.

Natuurlijk moet het probleem in Groningen opgelost worden, en natuurlijk moet de productie daar naar een veilig niveau worden teruggebracht, maar de conclusie dat dit dan ook per direct het einde van de beschikbaarheid van gas voor de binnenlandse markt in Nederland is of zou moeten zijn is tamelijk voorbarig.

Maar we hebben toch een klimaatprobleem?

Het klimaat verandert en veroorzaakt toenemende problemen op vele terreinen. Ook is er een energietransitie gaande die onze energievoorziening geleidelijk duurzamer maakt, waardoor de inzet van zogenaamde fossiele brandstoffen (zoals gas) af zal nemen. Ik zie dit als twee relatief onafhankelijke verschijnselen, in die zin dat ik er niet van overtuigd ben dat de energietransitie wereldwijd snel genoeg zal gaan om het klimaat te stabiliseren en daarmee de problemen op te lossen, zoals ik elders op deze website beargumenteerd heb.
In de milieubeweging en in de politiek (althans voor de Bühne) worden deze twee verschijnselen hard gekoppeld. Milieugroepen en de meeste politici ruiken nu dan ook hun kans: De emotie rond Groningen levert het momentum om de omslag in Nederland van gas naar duurzaam te versnellen. ‘Van gas los’ is het mantra waarover congres na congres georganiseerd wordt. Hierbij wordt echter voorbij gegaan aan enkele belangrijke feiten.

Alternatieven voor gas in woningen niet rendabel

In de eerste plaats zijn de alternatieven voor gas in de gebouwde omgeving op dit moment economisch niet rendabel. Ecorys heeft eind januari 2018 een rapport ‘Van CV-ketel naar duurzame warmte’ gepubliceerd, dat in opdracht van Milieudefensie is opgesteld. In dit rapport wordt onomwonden gesteld dat de overgang van de gasgestookte CV-ketel naar ‘all electric’ oplossingen, voornamelijk in de vorm van lucht-water warmtepompen waarmee in 2050 62% van alle woningen volgens dit rapport uitgerust moet zijn, alleen economisch rendabel is als de gasprijs verdubbelt tot 2030 (van €0,63 all-in in 2017 naar €1,26 in 2030) en daarna verder stijgt tot €2,23 per m³ in 2050 (alles zonder inflatie, dus op het prijsniveau van 2017, en bij een verder gelijkblijvende gasprijs en BTW).

Enorme verhoging belasting op gas dreigt

Ook interessant is wat er volgens dit rapport van Milieudefensie met de totale systeemkosten gebeurt van de energievoorziening voor de gebouwde omgeving. Deze worden in 2017 geschat op €16,6 miljard, en lopen richting 2050 op tot €28,4 miljard. Let wel dit zijn de harde maatschappelijke kosten van hardware (apparaten en installaties), infrastructuur en energie, exclusief de transfers die optreden door energiebelastingen en subsidies. Alles opnieuw in constante euro’s van 2017. Van gas los is dus volgens berekeningen van de milieubeweging zelf, een zeer dure aangelegenheid die alleen kunstmatig ‘rendabel’ gemaakt kan worden door een extreme stijging van de energiebelastingen. Saillant detail is nog dat Milieudefensie deze verhogingen van de energiebelasting op gas ziet optreden voor alle categorieën gebruikers, huishoudens, landbouw en industrie. Wat dit zou doen met de concurrentiepositie van Nederland in de wereld laat zich raden.

All-electric stuit op fysieke en economische beperkingen

Een tweede argument om gas niet al te snel af te schrijven is het opslagprobleem dat in een duurzame energiehuishouding opgelost zal moeten worden. Als de elektriciteitsproductie steeds meer op zonne- en windenergie zal berusten (althans in Nederland) ontstaat het bekende gelijktijdigheidsprobleem: De vraag naar elektriciteit loopt niet synchroon met de beschikbaarheid van zonne- en windenergie. De huidige vraag naar elektriciteit varieert nog binnen grenzen die redelijk te overzien zijn. De vraag naar gas voor de gebouwde omgeving is echter sterk seizoenbepaald.
Bovendien moeten we pieken aankunnen. Gaslevering wordt nu door de Gasunie gegarandeerd tot -17°C buitentemperatuur. Als we voor ‘all electric’ warmte dezelfde eisen stellen zullen we een zeer grote capaciteit aan windturbines moeten opstellen om aan deze specifieke vraag te voldoen. Aan de zon hebben we immers niets in de winter. Veel van deze capaciteit zal echter ongebruikt blijven, want zo vaak zal het niet zo koud zijn. In de zomermaanden wordt de overcapaciteit nog dramatischer, omdat de zonnepanelen dan wél een flinke bijdrage aan de productie van elektriciteit leveren.
Kortom, als we geen zinvolle aanwending kunnen bedenken voor deze grote windcapaciteit, nodig om aan de piekvraag in de winter te kunnen voldoen, dan worden deze windmolens buitengewoon onrendabel. Oftewel, deze windmolens zullen nooit in deze omvang gebouwd worden. En hoe ga je dan je ‘all electric’ huizen duurzaam van warmte voorzien, aangenomen dat het taboe op kernenergie gehandhaafd blijft en we van onze kolencentrales af willen?

Gas maakt duurzaam energiesysteem mogelijk

De oplossing is…gas. Circulair gas wel te verstaan. Dit kan in de eerste plaats waterstof gas (H₂) zijn, te produceren uit de eenvoudige splitsing van water (H₂O) met behulp van elektriciteit. En vervolgens kunnen via verdere chemische reacties producten als ammoniak (NH₃) of methaan (CH₄) gemaakt worden. Waarbij we weer terug zijn bij aardgas. Geweldig efficiënt zijn deze omzettingsprocessen nog niet, maar er wordt op het moment steeds meer onderzoek naar gedaan, dus dat zal de komende jaren allicht beter worden (zie bijvoorbeeld het concept advies ‘Elektrochemische Conversie & Materialen, naar CO₂-neutrale energie in 2050; in juni 2017 samengesteld door een brede commissie met leden uit de wetenschap en industrie). Gassen kunnen we prima opslaan. We kunnen ze maken als het waait en we elektriciteit ‘over’ hebben, een situatie die zich steeds vaker voor zal gaan doen.

Gassector zint op systeemoplossingen

Gelukkig zit onze gassector ook niet stil. Er zijn immers enorme economische belangen in het geding, een gegeven waar aan de ‘klimaattafels’ in Den Haag nog wel eens achteloos voorbij lijkt te worden gegaan. Het gaat hierbij niet alleen om de aanzienlijke economische waarde van het gas zelf, maar om de enorme hefboomwerking die het totale energiesysteem heeft voor de welvaart in onze samenleving als geheel.
In een recent rapport van de gassector wordt een inspirerend beeld geschetst van een energienet op de Noordzee, waarbij we windenergie, gaswinning, waterstofproductie en opslag van CO2 in een samenhangend systeem bijeen brengen. Het is dit type oplossingen dat de energietransitie naar een volgend niveau zal brengen, met gas in een hoofdrol. Dus nog even rustig aan met het uit de grond trekken van gasleidingen graag!

CO2-uitstoot Blijft Stabiel

Op 11 september 2018 publiceerde het CBS een persbericht met de nieuwste cijfers wat betreft de uitstoot van het broeikasgas CO2 in Nederland. Dit persbericht is in al zijn nuchterheid onthullend.

CO2-uitstoot in 2017 even hoog als in 1990

Uit deze cijfers blijkt namelijk dat de uitstoot van CO2 zelf in Nederland in 2017 met 163 miljard kg exact even hoog is als in 1990, het referentiejaar voor het oude internationale Kyoto-akkoord. Volgens dit akkoord zou de uitstoot in 2020 20% lager moeten zijn dan in 1990.
Als de CO2-equivalente gassen worden meegeteld (vooral methaan en lachgas) is de situatie wat gunstiger. Dan bedraagt de reductie 13%. Deze reductie danken we vooral aan de industrie die beter is gaan letten op lekken en uitstoot van andere gassen. Maar deze reductiemogelijkheden zijn eindig. Als we de CO2-uitstoot zelf niet omlaag krijgen zullen we nooit aan de doelstellingen van het Parijse akkoord uit 2015 gaan voldoen.

Sectoren boeken vooruitgang met CO2-besparing

Kijken we per sector dan zien we aanzienlijke verbeteringen in de belangrijkste sectoren.

De energiesector is in deze jaren 54% meer elektriciteit gaan produceren, met een totale CO2-uitstoot die slechts 22% hoger is dan in 1990. De CO2-efficiency is in deze jaren daarmee toegenomen met 26%. Per geproduceerde kWh stoot de sector 26% minder uit in 2017 dan in 1990, onder meer door toename van duurzame elektriciteitsproductie met bio-massa, wind en zon-PV, efficiëntere centrales, en verschuiving van kolen naar gas als brandstof.

De zware industrie (olie, chemie, staal) produceert ca. 50% meer in 2017 dan in 1990, met een CO2-uitstoot die absoluut gedaald is met 14%. De CO2-efficiency in deze sector is daarmee met maar liefst 75% gestegen per eenheid product.

Bij het wegverkeer zien we een relatieve verbetering. Het aantal afgelegde kilometers is met 42% toegenomen, terwijl de totale CO2-uitstoot met 12% is toegenomen, een efficiency-verbetering van 27% door zuiniger auto’s.

De gebouwde omgeving laat weer een absolute verbetering zien. Het aantal woningen is met 32% toegenomen, terwijl de totale CO2-uitstoot met 17% is afgenomen. Dit betekent een efficiency-verbetering van 59% door betere isolatie en apparatuur in woningen en kantoren, en is waarschijnlijk een beetje geholpen door de opwarming van het klimaat (zachtere winters).

Innovatie zorgt niet voor afname CO2-concentratie

Hoe moeten we deze resultaten nu wegen?
Positief is dat er in alle sectoren in 27 jaar kennelijk hard gewerkt is en wordt aan het CO2-armer maken van onze productie. We zijn goed bezig met zijn allen, met de veel verguisde zware industrie als kampioen CO2 besparen.
Aan de andere kant moeten we ook vaststellen dat het opgeteld nog allemaal weinig uithaalt. De totale CO2-uitstoot (zonder de equivalenten mee te tellen) blijft hardnekkig stabiel.
Je kunt ook stellen dat zolang onze productie door blijft groeien, waar Nederland en de rest van de wereld ook in deze jaren weer hard mee bezig zijn, absolute CO2-reductie een illusie blijft.
Dit is een pijnlijke waarheid die steeds evidenter wordt. Met alle technologische innovatie slagen we er slechts in de groei van de CO2-uitstoot te neutraliseren ten opzichte van de economische groei, maar niet in het absoluut verminderen van deze uitstoot, laat staan in het effectief verminderen van de concentratie van CO2 in de atmosfeer.
Als we geen groeimodellen vinden waarbij we CO2 actief en massaal gaan vernietigen of hergebruiken, en die zijn op dit moment nog nergens in zicht, dan zal de concentratie van CO2 in de atmosfeer onvermijdelijk en onstuitbaar blijven toenemen.