Simpel van het gas af

Door een energiedragerneutrale belastingheffing en een ‘niet-meer-dan-anders’ principe op de totale milieubelastingdruk op huishoudens wordt het opeens simpel, haalbaar en betaalbaar om van het gas af te gaan, zoals een verrassende analyse laat zien.

Van het gas af, maar hoe?

Veel gemeenten breken zich op dit moment  het hoofd over de ‘warmtetransitie’. Hoe komen we van het aardgas af voor de verwarming van woningen en gebouwen?
In 2021 moeten alle gemeenten daar een plan voor hebben. Sommige gemeenten willen al in 2040 ‘gasloos’ zijn. De Rijksoverheid en andere gemeenten hebben 2050 hiervoor als doel geformuleerd. Dit lijkt nog ver weg, maar betekent toch dat bijna iedere woning, school, kantoor, etc. de komende 20-30 jaar aangepast zal moeten worden aan een andere energiedrager dan gas.
Kolossale investeringen worden de burger voorgespiegeld om deze transitie te realiseren, waarvoor de burger links- of rechtsom de rekening gaat betalen. Intussen ‘helpt’ de overheid door de milieubelastingen op gas sterk te verhogen. De onrust groeit en heeft inmiddels een politieke vertaling gevonden in de groei van protestpartij Forum voor Democratie. De transitie dreigt al te stranden voor hij goed en wel begonnen is.

Particuliere of collectieve oplossingen

Bij het zoeken naar oplossingen voor de warmtetransitie spelen twee belangrijke afwegingen een rol.
De eerste is die rond investeringen en jaarlijkse kosten, waarbij de aanname is dat de jaarlijkse kosten dalen naarmate je meer investeert in bouwkundige maatregelen (isolatie) en ‘slimme’ energietechniek.
De tweede is de afweging tussen particuliere investeringen door de huiseigenaar, dan wel collectieve investeringen door bedrijven die warmte als dienst aanbieden.
Met particuliere investeringen zitten we in de wereld van de ‘all-electric’-oplossingen als warmtepompen, infraroodpanelen, elektrische CV-ketels en elektrische radiatoren.
Met collectieve investeringen zitten we in de wereld van de warmtenetten, gekoppeld aan bestaande of nieuw te ontwikkelen CO2-arme warmtebronnen, zoals afvalverbrandingsinstallaties, restwarmte van industriële processen of elektriciteitsproductie, en geothermie.

Rekenmodellen geven de doorslag

De keuze voor de ene of de andere oplossing voor een wijk of voor een individueel pand wordt bepaald door een integrale kostenafweging. Hoe hoog is de investering voor de ene of de andere oplossing, en hoe vertalen investeringen en exploitatiekosten zich in een jaarlijkse energierekening voor gebruiker of bewoner?
De uitkomst van rekenmodellen is daarbij in alle situaties sterk afhankelijk van de prijzen voor gas en elektriciteit die worden aangenomen.
De gasprijs bepaalt in sterke mate de huidige kosten van de warmtevoorziening. Alternatieven worden hiertegen afgezet, waarbij voor ‘all-electric’ de elektriciteitsprijs een belangrijke rol speelt.
Bij warmtenetten is een ‘niet-meer-dan-anders’ principe in de Warmtewet verankerd. Dit wil zoveel zeggen dat als bewoners een warmtenet aangeboden krijgen de jaarlijkse kosten niet hoger mogen zijn dan wat zij met een eigen gasgestookte voorziening kwijt geweest zouden zijn, wederom op basis van de geldende gasprijs.

Milieubelasting bepalende factor in rekenmodellen

In de gas- en elektriciteitsprijzen zit echter een grote beïnvloedbare factor die als zodanig weinig aandacht krijgt. In deze prijzen zit namelijk een grote component milieubelastingen, in de vorm van de Energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie.
De standaard elektriciteitsprijs voor consumenten bedraagt (mei 2019) 20,7 cent. Hiervan is 14,2 cent milieubelastingen (incl. de BTW hierover) en slechts 6,5 cent de kale stroomprijs. Ook in de gasprijs is deze verhouding twee derde belasting/één derde energie terug te zien. De standaard gasprijs is nu 65,4 cent, waarvan 41,8 cent belasting en 23,6 cent voor het gas zelf.
De component milieubelasting is in feite volledig vrij vorm te geven. Het is een manier voor de overheid om geld op te halen bij de burger, maar dat kan uiteraard op vele manieren. Er is geen enkele technische noodzaak om de milieubelastingen te laten zijn wat ze zijn en te heffen zoals ze geheven worden.
Omdat de (integrale) gas- en elektriciteitsprijzen kritische rekengrootheden in de rekenmodellen zijn biedt dit een grote kans. Door aan de knop milieubelastingen te draaien kunnen deze prijzen sterk beïnvloed worden, en daarmee ook de uitkomsten van de modellen waarmee alternatieven voor de warmtetransitie doorgerekend worden.
Anders geformuleerd berusten grote investeringsbeslissingen die op basis van deze modellen nu genomen (dreigen te) worden, met een totale omvang die, bij een gemiddelde investering van €30.000 per woning, maar liefst €240 miljard zou bedragen, in feite op een relatief willekeurige vormgeving van onze milieubelastingheffing. Je kunt zelfs stellen dat we deze investeringen eigenlijk alleen doen om in het huidige regime zoveel mogelijk milieubelasting te vermijden.

Gas en elektriciteit zijn beide energiedragers

Gas en stroom zijn als energiedrager technisch uitwisselbaar, en met elkaar vergelijkbaar te maken door beide uit te drukken in kWh of Joules. In rapporten van de overheid wordt meestal met Joules gerekend, hier kiezen we voor de eenvoud voor kWh.
Stroom is dan simpel, en wordt direct afgerekend in kWh.
Voor gas is de energetische omrekenfactor 8,8 kWh per maardgas. Als je warmte wilt opwekken met stroom zul je dus voor iedere maardgas die je nu verstookt ongeveer 8,8 kWh elektriciteit gaan verbruiken. Ongeveer, omdat de omzettingen van gas en elektriciteit naar warmte niet precies even efficiënt zullen verlopen.

Simpel van het gas af

De meest eenvoudige oplossing om van het gas af te gaan is dan het vervangen van de huidige gastoestellen (gasfornuis, combi CV-ketel) door elektrische exemplaren. Deze techniek wordt in veel landen al standaard gebruikt (Scandinavië, Frankrijk, Duitsland) en is dan ook volledig uitontwikkeld. Zie bijvoorbeeld het artikel in de Volkskrant van 18 april 2019 hierover.
Elektrische apparaten zijn qua prijs, prestatie en omvang vergelijkbaar met gastoestellen. Qua investering is dit daarom een ‘niet-meer-dan-anders’ keuze op het moment dat deze apparaten aan vervanging toe zijn.
Wel zijn er wat eenmalige extra kosten voor aanpassingen in de meterkast en het verwijderen van de gasaansluiting, maar die zijn er in ieder scenario.

Door simpele elektrificatie stijgen de energiekosten flink

Volgens bovenstaande prijzen bedragen de kosten voor gas €1.152 per jaar, bij een verbruik van 1.400 mper jaar. Dit verbruik is ongeveer het gemiddelde in Nederland. De kosten zijn inclusief de netwerkkosten van de netbeheerder en het vastrecht van de gasleverancier.
Vervang je gas door elektriciteit, dan ga je ca. 1.400 x 8,8 = 12.320 kWh extra stroom verbruiken. De extra kosten hiervan bedragen €2.294 (mei 2019; nu zonder netwerkkosten en vastrecht, want die betaal je al voor je overige verbruik). In dit voorbeeld gaan we uit van een stroomverbruik van 3.500 kWh vóór de omzetting van gas naar elektriciteit. Dus het totale stroomverbruik na omzetting wordt in dit rekenvoorbeeld 15.820 kWh .
De kosten van gas vallen weg, dus netto leidt deze simpele omzetting naar ‘all-electric’, waarvoor je verder niets in huis hoeft aan te passen of te verbouwen, tot €1.142 hogere energiekosten per jaar (€2.294 minus €1.152). Dit is €95 per maand méér, dus een flinke verhoging van de maandlasten, die voor dit huishouden nu ca. €155 per maand zullen bedragen (bij 1.400 m³ gas en 3.500 kWh stroom).

TIP: Je kunt een berekening met de actuele prijzen eenvoudig voor je eigen situatie maken door de check-je-voorschot toepassing elders op deze website te gebruiken.
Vul dan eerst je huidige stroom- en gasverbruik in, om je huidige standaard kosten te bepalen. Vervolgens vermenigvuldig je de gas m³’s met 8,8 om het extra stroomverbruik uit te rekenen als je gastoestellen door elektrische apparaten vervangt. Tel je huidige stroomverbruik hierbij op, zet je gasverbruik op nul, en je ziet wat je jaarkosten en maandlasten in dat geval zouden worden, bij de huidige marktprijzen en belastingen.

Hoge investeringen voor lagere lasten?

Het is precies deze dreigende kostenverhoging die grote investeringen nodig lijken te maken. Immers alleen door zwaar te investeren in isolatie, geavanceerde warmtetechniek en zonnepanelen (thermisch en PV) kun je de jaarlijkse kosten gelijk houden of zelfs verlagen, zo luidt het (verkoop)verhaal.
Maar dit vraagt wel investeringen van gemiddeld rond de €30.000 per woning (met een grote bandbreedte). Deze investering is in essentie onrendabel in relatie tot de besparing, en leidt tot financieringsproblemen bij huiseigenaren en woningcorporaties, tot grote knelpunten in de uitvoering (installateurs en bouwvakkers), en daarmee tot veel voorspelbare weerstand en vertraging.
Ook de alternatieve route via warmtenetten is complex en kapitaalsintensief, al komen de investeringslasten hier in eerste instantie bij bedrijven en de overheid terecht.
Maar zijn deze grote investeringen wel echt nodig? Waardoor stijgen de jaarlijkse kosten eigenlijk zo sterk bij een eenvoudige omzetting van gas naar elektriciteit?

Kosten stijgen vooral door belastingheffing

In de huidige situatie met gas ontvangt de overheid voor 1.400 mafgenomen gas €585 aan milieubelastingen en BTW per jaar.
Bij een eenvoudige ‘all-electric’ oplossing zoals beschreven, loopt de belastingopbrengst opeens sterk op. Voor de 12.320 kWh extra stroom ontvangt de Belastingdienst maar liefst €1.495 aan milieubelastingen en BTW. De belastingdruk op dit huishouden, want iets anders is het niet, loopt dus op met €910 per jaar.
Een terechte vraag die hier gesteld kan worden is, waarom eigenlijk? Waarom zou de overheid op deze manier moeten profiteren van een omzetting van gas naar elektriciteit?
Als we hier ook een ‘niet-meer-dan-anders’ principe zouden hanteren, namelijk het principe dat de milieubelastingen voor een huishouden ná de omzetting van gas naar elektriciteit niet hoger zouden moeten zijn dan vóór de omzetting, dan zou dit hypothetische huishouden recht hebben op een belastingteruggaaf van €910, zonder dat dit de overheid per saldo iets kost!
De hogere energiekosten bij deze simpele vorm van ‘all-electric’, die we voor dit voorbeeld hierboven hebben uitgerekend als €1.142 per jaar, bedragen na deze teruggaaf nog slechts €232 per jaar of nog geen twee tientjes per maand. Dat ziet er ineens een stuk vriendelijker uit!

Eenvoudig in 30 jaar van het gas af

Kortom, de warmtetransitie kan in de basis eenvoudig en met beperkte meerkosten worden uitgevoerd door bestaande gastoestellen te vervangen door elektrische varianten. Door mee te lopen met de natuurlijke vervangingscyclus voor gastoestellen is deze overgang de komende 30 jaar met de bestaande capaciteit in de bouw- en installatiebranche prima uitvoerbaar.
Investeringen in isolatie of oplossingen die meer comfort en besparing bieden blijven natuurlijk altijd mogelijk en zinvol om de primaire vraag naar energie te reduceren, maar zijn dan geen eis meer om de warmtetransitie mogelijk te maken. Het is een keuze die iedere woningeigenaar zelf in vrijheid kan maken.
Deze investeringen gaan, zoals dat heet, van het ‘kritieke pad’ af, waarmee alle huidige issues rond financiering en uitvoeringscapaciteit verdwijnen. Dit haalt veel druk van de ketel bij woningeigenaren, zowel in de huur- als in de koopsector. En ook bij gemeenten die de warmtetransitie op hun bord hebben.
Partijen die wel flink aan de slag zullen moeten zijn de netwerkbedrijven die het elektriciteitsnet aan de extra vraag moeten aanpassen. Maar dat proces is al in gang gezet. Deze bedrijven doen dit graag, en kunnen dit relatief eenvoudig financieren.

Den Haag is aan zet

Het enige wat hiervoor moet gebeuren is dat de overheid de grondslag voor de inning van milieubelastingen wat slimmer vorm geeft, bijvoorbeeld door de huidige heffingsgrondslagen op kWh stroom en mgas te vervangen door een energiedragerneutrale heffing op de totaal afgenomen Joules (die daar dan weer handig voor zijn), zodat de totale belastingdruk op een huishouden uit milieubelastingen transitieneutraal wordt.
Daarnaast moet de overheid nadenken over de totale absolute milieubelastingdruk op huishoudens en ervoor zorgen dat deze niet stijgt louter als gevolg van een door dezelfde overheid gewenste warmtetransitie. Dit zal het draagvlak voor deze transitie sterk vergroten en de realisatie van de doelstelling, in 2050 van het gas af, haalbaar en betaalbaar maken.

Een rekenvoorbeeld

Een belastingheffing naar Joules zou er als volgt uit kunnen zien voor gewone huishoudens:
Ons voorbeeldhuishouden verbruikt nu 1.400 m³ gas en 3.500 kWh stroom. 1 kWh = 3,6 MJ (MegaJoule = 1 miljoen Joules; een Joule is heel weinig energie, dus je zit snel op grote getallen).
Het huishouden verbruikt dan 1.400 x 8,8 x 3,6 = 44.352 MJ uit gasverbruik, en 3.500 x 3,6 = 12.600 MJ uit elektriciteitsverbruik; totaal 56.952 MJ of 56,952 GigaJoule (GJ).
Het huishouden betaalt nu €497 milieubelasting voor elektriciteit en €585 voor gas, totaal €1.082 (incl. BTW).
Een neutraal belastingtarief zou dan €1.082/56,952 = €19,00 per GigaJoule zijn (incl. BTW).
Terugvertaald naar de belasting per energiedrager betaalt het huishouden in de huidige situatie met dit tarief per GJ €843 belasting als gevolg van het gasverbruik, maar nog slechts €239 voor het elektriciteitsverbruik, samen dezelfde €1.082 als nu.
Bij dit tarief ontvangt de overheid dus evenveel belasting als in de huidige situatie, maar het huishouden wordt niet langer fiscaal ‘gestraft’ als het een gastoestel vervangt door een elektrisch apparaat. Het aantal afgenomen GigaJoules blijft dan immers gelijk.

Check Je Voorschot

Onrust over Hogere Energienota’s

Er is begin 2019 veel te doen rond aankondigingen van energieleveranciers dat het maandelijkse voorschot verhoogd wordt. Dit heeft deels te maken met de prijzen van elektriciteit en gas in de groothandel, maar vooral ook met hogere milieubelastingen die vanaf 1 januari van kracht zijn geworden.

Check Je Kosten en Je Voorschot

Check hier of het voorschot dat je leverancier voorstelt overeenkomt met de huidige marktprijzen en belastingtarieven. Vul in hoeveel stroom, gas of warmte je in een jaar geleverd krijgt en zie direct wat de totale jaarkosten voor het lopende kalenderjaar ongeveer worden en welk voorschot hierbij past.

 

Voorschotten zijn Gratis Geld voor Leveranciers

Energieleveranciers willen voorkomen dat hun klanten later tegen een hoge nabetaling aanlopen. Dat valt op zich te prijzen, maar het lijkt erop dat sommige leveranciers het voorschot wel erg sterk verhogen.
Bedenk daarbij dat voorschotten voor energieleveranciers gratis geld zijn.
Zij financieren zich ten dele met alvast geïncasseerde voorschotten, waarvoor de bijbehorende leverkosten, en afdrachten van belastingen en netwerkkosten door de leverancier pas later worden afgerekend.
Dat is prettig voor de boekhouding. Extra geld op de bank, waar geen rente voor betaald hoeft te worden. Er gaat bij de huishoudens per jaar ongeveer €16 miljard aan energiekosten doorheen. Dus tel uit je winst als je hiervan een maandje extra cash op de bank hebt staan!

Berekening is Indicatie

De berekening wordt zo zorgvuldig mogelijk uitgevoerd met actuele marktprijzen voor stroom en gas, die we maandelijks aanpassen, en met de belastingtarieven en gemiddelde netwerkkosten zoals die dit jaar gelden. Voor warmtelevering gebruiken we de gepubliceerde maximum tarieven van de Autoriteit Consument en Markt. Voor teruglevering van elektriciteit gaan we uit van 100% saldering tot het punt waarop netto teruglevering op jaarbasis optreedt. Is dit laatste het geval dan rekenen we voor dit deel met een teruglevertarief dat gelijk is aan het levertarief (excl. milieubelastingen, incl. BTW).

De berekening is daarmee zo objectief mogelijk, en volgens de geldende marktregels opgesteld. Berekeningen bij prijsvergelijkers of op websites van energieleveranciers kunnen afwijken van de hier berekende uitkomst. Vaak zal dit te maken hebben met commerciële aanbiedingen die in berekeningen bij deze partijen tot uiting komen, gericht op klantenwerving. Forstrom is niet gebonden aan enige marktpartij en probeert ook geen klanten voor energieleveranciers te werven. Zie onze berekening als de normale standaardkosten voor energielevering in de huidige markt.

Je uiteindelijke kosten hangen natuurlijk af van je werkelijke verbruik gedurende het jaar. Een koude maand kan een groot verschil maken voor je gasverbruik en daarmee voor je totale kosten. Daarom kun je ervoor kiezen je voorschot iets hoger te laten zijn dan de berekening uitwijst. Bij de meeste leveranciers kun je zelf via de website of de klantenservice het voorschot omhoog of omlaag (laten) aanpassen.

Verder zullen de contractprijzen bij je leverancier iets afwijken van de standaard prijzen die we voor deze berekening gebruikt hebben. Zie deze berekening daarom als een goede indicatie, maar niet als iets waar je rechten aan kunt ontlenen bij Forstrom of bij je leverancier.

Forstrom © 2019

 

 

Wij Willen Gas!

Door een overreactie op het Groningse drama dreigt het kind met het badwater weggegooid te worden. Dit leidt tot een immens welvaartsverlies voor de Nederlandse samenleving. Daarom een pleidooi voor het gebruik van (circulair) gas en het instandhouden van de unieke gasinfrastructuur in Nederland, die ook voor een volledig duurzame energievoorziening essentieel zal blijken te zijn.

Dit verhaal gaat niet over Groningen…

Natuurlijk speelt Groningen een belangrijke rol als het om gas gaat. Het is immers dankzij het enorme gasveld in de omgeving van Slochteren dat Nederland op energiegebied sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw geworden is tot wat het is: Een gasland bij uitstek, met een fijn vertakt gasnetwerk dat gas bij de industrie aflevert, de Nederlandse tuinbouw in staat stelt tot zijn fabelachtige productie en internationale concurrentiekracht, en dat al onze huizen en gebouwen warm houdt in de winter. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat de Groningers er al deze jaren bekaaid vanaf zijn gekomen, en nu opgescheept zitten met gescheurde huizen en veel persoonlijke ellende. Mismanagement van de zijde van de Staat en haar partners bij de gaswinning in Groningen tot nu toe, en bij de omgang met de problemen daar, is een understatement. Toch mag dit geen reden zijn om gas als energiedrager dan maar helemaal af te serveren. Gas komt niet alleen uit Groningen. Gas geheel uitbannen zou buitengewoon onverstandig zijn, en voor Nederland op een economische zelfkastijding uitlopen van ongekende proporties.

Gas is voorlopig niet op

De prognoses gingen er tot voor kort vanuit dat het Groningse gas rond 2030 ‘op’ zou zijn, uitgaande van de toen geldende productiehoeveelheden. Althans dat de productie na 2020 sterk zou teruglopen en Nederland na 2030 een netto importeur van gas zou worden, zoals in onderstaand plaatje van Energiebeheer Nederland is weergegeven.

Schermafbeelding 2018-02-03 om 10.36.01
Energiebeheer Nederland 2014

Sinds 2014 is in stappen besloten de productie in Groningen eerder sterk terug te brengen, met 12 miljard m³ (BCM) als voorlopige doelstelling. Zoals in het plaatje zichtbaar is zouden we tot ca. 2030 in belangrijke mate voor de export produceren. Door het terugbrengen van de productie komt deze export onder druk te staan. Maar zelfs bij een halvering van de totale productie (inclusief de overige gasvelden in Nederland en op zee), kan Nederland nog grotendeels aan de binnenlandse consumptie voldoen (de rode lijn in het plaatje). Bovendien is wat we nu niet produceren niet weg. Op dit lagere productieniveau kunnen we veel langer dan 2030 doorgaan met gas te produceren voor de binnenlandse markt, zonder direct sterk afhankelijk te worden van import. Dat is goed nieuws!

Overigens is er niets mis met internationale gashandel. De aanvoerroutes zijn aanwezig, vanuit de Noordzee, vanuit Rusland of vanuit andere regio’s via LNG-transport. Het is wat merkwaardig hier nu opeens een probleem van te maken, terwijl we al vele decennia olie en oliederivaten uit de hele wereld naar Rotterdam laten komen. Conversiefabrieken (van LNG naar gas of van hoogcalorisch naar laagcalorisch gas) zijn er al, en kunnen vrij eenvoudig uitgebreid worden. Dit is relatief simpele en bewezen technologie. Als we de komende jaren nog exportverplichtingen te vervullen hebben, zullen we, bij een lager productievolume, zelf gas moeten invoeren om aan de binnenlandse vraag te voldoen. Geen big deal.

De gastraders worden er ook niet nerveus van. Ondanks alle paniek en publiciteit over productiebeperking in Groningen vertoont de forward gasprijs op dit moment (Okt18) voor de komende 6 jaar alleen maar een dalende trend. Kennelijk verwacht ‘de markt’ een naaste toekomst waarin overvloedig en voordelig gas beschikbaar zal zijn. Voor wat het waard is overigens. Het voorspellen van olie- en gasprijzen blijkt telkens weer een heikele zaak te zijn, waar onverwachte geo-politieke ontwikkelingen veel invloed op uit kunnen uitoefenen.

Gas futures; bron: Ice Endex Dutch TTF Gas Base Load Futures 12-09-2018

Veel zal hierbij afhangen van de Amerikaanse export-ambities. In de Verenigde Staten draait de productie van schalie-olie en -gas weer op volle toeren, en als het aan het huidige bewind ligt zal dit zo blijven. Dit zal de komende jaren een neerwaartse invloed op de wereldmarktprijs uitoefenen, omdat Amerika steeds minder zal importeren en wellicht zelfs op flinke schaal gaat exporteren. Kortom, er is voorlopig genoeg gas, en het zal niet bijzonder duur zijn. Dit is overigens relatief goed voor het klimaat, omdat gas in Amerika en elders vooral concurreert met kolen, dat bij verbranding per eenheid energie ongeveer 2x zoveel CO₂ genereert als gas.
Ook voor de beschikbaarheid van gas op veel langere termijn hoeven we ons nog geen zorgen te maken. De industrie gaat er vanuit dat er voor nog minimaal 200 jaar gas op de wereld is (geredeneerd vanuit de huidige consumptie en bekende reserves), terwijl nieuwe bronnen (schaliegas) en nieuwe ‘enhanced recovery’ productietechnieken de winbare reserves de afgelopen jaren verder hebben doen toenemen.

Natuurlijk moet het probleem in Groningen opgelost worden, en natuurlijk moet de productie daar naar een veilig niveau worden teruggebracht, maar de conclusie dat dit dan ook per direct het einde van de beschikbaarheid van gas voor de binnenlandse markt in Nederland is of zou moeten zijn is tamelijk voorbarig.

Maar we hebben toch een klimaatprobleem?

Het klimaat verandert en veroorzaakt toenemende problemen op vele terreinen. Ook is er een energietransitie gaande die onze energievoorziening geleidelijk duurzamer maakt, waardoor de inzet van zogenaamde fossiele brandstoffen (zoals gas) af zal nemen. Ik zie dit als twee relatief onafhankelijke verschijnselen, in die zin dat ik er niet van overtuigd ben dat de energietransitie wereldwijd snel genoeg zal gaan om het klimaat te stabiliseren en daarmee de problemen op te lossen, zoals ik elders op deze website beargumenteerd heb.
In de milieubeweging en in de politiek (althans voor de Bühne) worden deze twee verschijnselen hard gekoppeld. Milieugroepen en de meeste politici ruiken nu dan ook hun kans: De emotie rond Groningen levert het momentum om de omslag in Nederland van gas naar duurzaam te versnellen. ‘Van gas los’ is het mantra waarover congres na congres georganiseerd wordt. Hierbij wordt echter voorbij gegaan aan enkele belangrijke feiten.

Alternatieven voor gas in woningen niet rendabel

In de eerste plaats zijn de alternatieven voor gas in de gebouwde omgeving op dit moment economisch niet rendabel. Ecorys heeft eind januari 2018 een rapport ‘Van CV-ketel naar duurzame warmte’ gepubliceerd, dat in opdracht van Milieudefensie is opgesteld. In dit rapport wordt onomwonden gesteld dat de overgang van de gasgestookte CV-ketel naar ‘all electric’ oplossingen, voornamelijk in de vorm van lucht-water warmtepompen waarmee in 2050 62% van alle woningen volgens dit rapport uitgerust moet zijn, alleen economisch rendabel is als de gasprijs verdubbelt tot 2030 (van €0,63 all-in in 2017 naar €1,26 in 2030) en daarna verder stijgt tot €2,23 per m³ in 2050 (alles zonder inflatie, dus op het prijsniveau van 2017, en bij een verder gelijkblijvende gasprijs en BTW).

Enorme verhoging belasting op gas dreigt

Ook interessant is wat er volgens dit rapport van Milieudefensie met de totale systeemkosten gebeurt van de energievoorziening voor de gebouwde omgeving. Deze worden in 2017 geschat op €16,6 miljard, en lopen richting 2050 op tot €28,4 miljard. Let wel dit zijn de harde maatschappelijke kosten van hardware (apparaten en installaties), infrastructuur en energie, exclusief de transfers die optreden door energiebelastingen en subsidies. Alles opnieuw in constante euro’s van 2017. Van gas los is dus volgens berekeningen van de milieubeweging zelf, een zeer dure aangelegenheid die alleen kunstmatig ‘rendabel’ gemaakt kan worden door een extreme stijging van de energiebelastingen. Saillant detail is nog dat Milieudefensie deze verhogingen van de energiebelasting op gas ziet optreden voor alle categorieën gebruikers, huishoudens, landbouw en industrie. Wat dit zou doen met de concurrentiepositie van Nederland in de wereld laat zich raden.

All-electric stuit op fysieke en economische beperkingen

Een tweede argument om gas niet al te snel af te schrijven is het opslagprobleem dat in een duurzame energiehuishouding opgelost zal moeten worden. Als de elektriciteitsproductie steeds meer op zonne- en windenergie zal berusten (althans in Nederland) ontstaat het bekende gelijktijdigheidsprobleem: De vraag naar elektriciteit loopt niet synchroon met de beschikbaarheid van zonne- en windenergie. De huidige vraag naar elektriciteit varieert nog binnen grenzen die redelijk te overzien zijn. De vraag naar gas voor de gebouwde omgeving is echter sterk seizoenbepaald.
Bovendien moeten we pieken aankunnen. Gaslevering wordt nu door de Gasunie gegarandeerd tot -17°C buitentemperatuur. Als we voor ‘all electric’ warmte dezelfde eisen stellen zullen we een zeer grote capaciteit aan windturbines moeten opstellen om aan deze specifieke vraag te voldoen. Aan de zon hebben we immers niets in de winter. Veel van deze capaciteit zal echter ongebruikt blijven, want zo vaak zal het niet zo koud zijn. In de zomermaanden wordt de overcapaciteit nog dramatischer, omdat de zonnepanelen dan wél een flinke bijdrage aan de productie van elektriciteit leveren.
Kortom, als we geen zinvolle aanwending kunnen bedenken voor deze grote windcapaciteit, nodig om aan de piekvraag in de winter te kunnen voldoen, dan worden deze windmolens buitengewoon onrendabel. Oftewel, deze windmolens zullen nooit in deze omvang gebouwd worden. En hoe ga je dan je ‘all electric’ huizen duurzaam van warmte voorzien, aangenomen dat het taboe op kernenergie gehandhaafd blijft en we van onze kolencentrales af willen?

Gas maakt duurzaam energiesysteem mogelijk

De oplossing is…gas. Circulair gas wel te verstaan. Dit kan in de eerste plaats waterstof gas (H₂) zijn, te produceren uit de eenvoudige splitsing van water (H₂O) met behulp van elektriciteit. En vervolgens kunnen via verdere chemische reacties producten als ammoniak (NH₃) of methaan (CH₄) gemaakt worden. Waarbij we weer terug zijn bij aardgas. Geweldig efficiënt zijn deze omzettingsprocessen nog niet, maar er wordt op het moment steeds meer onderzoek naar gedaan, dus dat zal de komende jaren allicht beter worden (zie bijvoorbeeld het concept advies ‘Elektrochemische Conversie & Materialen, naar CO₂-neutrale energie in 2050; in juni 2017 samengesteld door een brede commissie met leden uit de wetenschap en industrie). Gassen kunnen we prima opslaan. We kunnen ze maken als het waait en we elektriciteit ‘over’ hebben, een situatie die zich steeds vaker voor zal gaan doen.

Gassector zint op systeemoplossingen

Gelukkig zit onze gassector ook niet stil. Er zijn immers enorme economische belangen in het geding, een gegeven waar aan de ‘klimaattafels’ in Den Haag nog wel eens achteloos voorbij lijkt te worden gegaan. Het gaat hierbij niet alleen om de aanzienlijke economische waarde van het gas zelf, maar om de enorme hefboomwerking die het totale energiesysteem heeft voor de welvaart in onze samenleving als geheel.
In een recent rapport van de gassector wordt een inspirerend beeld geschetst van een energienet op de Noordzee, waarbij we windenergie, gaswinning, waterstofproductie en opslag van CO2 in een samenhangend systeem bijeen brengen. Het is dit type oplossingen dat de energietransitie naar een volgend niveau zal brengen, met gas in een hoofdrol. Dus nog even rustig aan met het uit de grond trekken van gasleidingen graag!

CO2-uitstoot Blijft Stabiel

Op 11 september 2018 publiceerde het CBS een persbericht met de nieuwste cijfers wat betreft de uitstoot van het broeikasgas CO2 in Nederland. Dit persbericht is in al zijn nuchterheid onthullend.

CO2-uitstoot in 2017 even hoog als in 1990

Uit deze cijfers blijkt namelijk dat de uitstoot van CO2 zelf in Nederland in 2017 met 163 miljard kg exact even hoog is als in 1990, het referentiejaar voor het oude internationale Kyoto-akkoord. Volgens dit akkoord zou de uitstoot in 2020 20% lager moeten zijn dan in 1990.
Als de CO2-equivalente gassen worden meegeteld (vooral methaan en lachgas) is de situatie wat gunstiger. Dan bedraagt de reductie 13%. Deze reductie danken we vooral aan de industrie die beter is gaan letten op lekken en uitstoot van andere gassen. Maar deze reductiemogelijkheden zijn eindig. Als we de CO2-uitstoot zelf niet omlaag krijgen zullen we nooit aan de doelstellingen van het Parijse akkoord uit 2015 gaan voldoen.

Sectoren boeken vooruitgang met CO2-besparing

Kijken we per sector dan zien we aanzienlijke verbeteringen in de belangrijkste sectoren.

De energiesector is in deze jaren 54% meer elektriciteit gaan produceren, met een totale CO2-uitstoot die slechts 22% hoger is dan in 1990. De CO2-efficiency is in deze jaren daarmee toegenomen met 26%. Per geproduceerde kWh stoot de sector 26% minder uit in 2017 dan in 1990, onder meer door toename van duurzame elektriciteitsproductie met bio-massa, wind en zon-PV, efficiëntere centrales, en verschuiving van kolen naar gas als brandstof.

De zware industrie (olie, chemie, staal) produceert ca. 50% meer in 2017 dan in 1990, met een CO2-uitstoot die absoluut gedaald is met 14%. De CO2-efficiency in deze sector is daarmee met maar liefst 75% gestegen per eenheid product.

Bij het wegverkeer zien we een relatieve verbetering. Het aantal afgelegde kilometers is met 42% toegenomen, terwijl de totale CO2-uitstoot met 12% is toegenomen, een efficiency-verbetering van 27% door zuiniger auto’s.

De gebouwde omgeving laat weer een absolute verbetering zien. Het aantal woningen is met 32% toegenomen, terwijl de totale CO2-uitstoot met 17% is afgenomen. Dit betekent een efficiency-verbetering van 59% door betere isolatie en apparatuur in woningen en kantoren, en is waarschijnlijk een beetje geholpen door de opwarming van het klimaat (zachtere winters).

Innovatie zorgt niet voor afname CO2-concentratie

Hoe moeten we deze resultaten nu wegen?
Positief is dat er in alle sectoren in 27 jaar kennelijk hard gewerkt is en wordt aan het CO2-armer maken van onze productie. We zijn goed bezig met zijn allen, met de veel verguisde zware industrie als kampioen CO2 besparen.
Aan de andere kant moeten we ook vaststellen dat het opgeteld nog allemaal weinig uithaalt. De totale CO2-uitstoot (zonder de equivalenten mee te tellen) blijft hardnekkig stabiel.
Je kunt ook stellen dat zolang onze productie door blijft groeien, waar Nederland en de rest van de wereld ook in deze jaren weer hard mee bezig zijn, absolute CO2-reductie een illusie blijft.
Dit is een pijnlijke waarheid die steeds evidenter wordt. Met alle technologische innovatie en investeringen slagen we er slechts in de groei van de CO2-uitstoot te neutraliseren ten opzichte van de economische groei, maar niet in het absoluut verminderen van deze uitstoot, laat staan in het effectief verminderen van de concentratie van CO2 in de atmosfeer.
Als we geen groeimodellen vinden waarbij we CO2 actief en massaal gaan vernietigen of hergebruiken, en die zijn op dit moment nog nergens in zicht, dan zal de concentratie van CO2 in de atmosfeer daarom onvermijdelijk en onstuitbaar blijven toenemen.