Simpel van het gas af

Door een energiedragerneutrale belastingheffing en een ‘niet-meer-dan-anders’ principe op de totale milieubelastingdruk op huishoudens wordt het opeens simpel, haalbaar en betaalbaar om van het gas af te gaan, zoals een verrassende analyse laat zien.

Van het gas af, maar hoe?

Veel gemeenten breken zich op dit moment  het hoofd over de ‘warmtetransitie’. Hoe komen we van het aardgas af voor de verwarming van woningen en gebouwen?
In 2021 moeten alle gemeenten daar een plan voor hebben. Sommige gemeenten willen al in 2040 ‘gasloos’ zijn. De Rijksoverheid en andere gemeenten hebben 2050 hiervoor als doel geformuleerd. Dit lijkt nog ver weg, maar betekent toch dat bijna iedere woning, school, kantoor, etc. de komende 20-30 jaar aangepast zal moeten worden aan een andere energiedrager dan gas.
Kolossale investeringen worden de burger voorgespiegeld om deze transitie te realiseren, waarvoor de burger links- of rechtsom de rekening gaat betalen. Intussen ‘helpt’ de overheid door de milieubelastingen op gas sterk te verhogen. De onrust groeit en heeft inmiddels een politieke vertaling gevonden in de groei van protestpartij Forum voor Democratie. De transitie dreigt al te stranden voor hij goed en wel begonnen is.

Particuliere of collectieve oplossingen

Bij het zoeken naar oplossingen voor de warmtetransitie spelen twee belangrijke afwegingen een rol.
De eerste is die rond investeringen en jaarlijkse kosten, waarbij de aanname is dat de jaarlijkse kosten dalen naarmate je meer investeert in bouwkundige maatregelen (isolatie) en ‘slimme’ energietechniek.
De tweede is de afweging tussen particuliere investeringen door de huiseigenaar, dan wel collectieve investeringen door bedrijven die warmte als dienst aanbieden.
Met particuliere investeringen zitten we in de wereld van de ‘all-electric’-oplossingen als warmtepompen, infraroodpanelen, elektrische CV-ketels en elektrische radiatoren.
Met collectieve investeringen zitten we in de wereld van de warmtenetten, gekoppeld aan bestaande of nieuw te ontwikkelen CO2-arme warmtebronnen, zoals afvalverbrandingsinstallaties, restwarmte van industriële processen of elektriciteitsproductie, en geothermie.

Rekenmodellen geven de doorslag

De keuze voor de ene of de andere oplossing voor een wijk of voor een individueel pand wordt bepaald door een integrale kostenafweging. Hoe hoog is de investering voor de ene of de andere oplossing, en hoe vertalen investeringen en exploitatiekosten zich in een jaarlijkse energierekening voor gebruiker of bewoner?
De uitkomst van rekenmodellen is daarbij in alle situaties sterk afhankelijk van de prijzen voor gas en elektriciteit die worden aangenomen.
De gasprijs bepaalt in sterke mate de huidige kosten van de warmtevoorziening. Alternatieven worden hiertegen afgezet, waarbij voor ‘all-electric’ de elektriciteitsprijs een belangrijke rol speelt.
Bij warmtenetten is een ‘niet-meer-dan-anders’ principe in de Warmtewet verankerd. Dit wil zoveel zeggen dat als bewoners een warmtenet aangeboden krijgen de jaarlijkse kosten niet hoger mogen zijn dan wat zij met een eigen gasgestookte voorziening kwijt geweest zouden zijn, wederom op basis van de geldende gasprijs.

Milieubelasting bepalende factor in rekenmodellen

In de gas- en elektriciteitsprijzen zit echter een grote beïnvloedbare factor die als zodanig weinig aandacht krijgt. In deze prijzen zit namelijk een grote component milieubelastingen, in de vorm van de Energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie.
De standaard elektriciteitsprijs voor consumenten bedraagt (mei 2019) 20,7 cent. Hiervan is 14,2 cent milieubelastingen (incl. de BTW hierover) en slechts 6,5 cent de kale stroomprijs. Ook in de gasprijs is deze verhouding twee derde belasting/één derde energie terug te zien. De standaard gasprijs is nu 65,4 cent, waarvan 41,8 cent belasting en 23,6 cent voor het gas zelf.
De component milieubelasting is in feite volledig vrij vorm te geven. Het is een manier voor de overheid om geld op te halen bij de burger, maar dat kan uiteraard op vele manieren. Er is geen enkele technische noodzaak om de milieubelastingen te laten zijn wat ze zijn en te heffen zoals ze geheven worden.
Omdat de (integrale) gas- en elektriciteitsprijzen kritische rekengrootheden in de rekenmodellen zijn biedt dit een grote kans. Door aan de knop milieubelastingen te draaien kunnen deze prijzen sterk beïnvloed worden, en daarmee ook de uitkomsten van de modellen waarmee alternatieven voor de warmtetransitie doorgerekend worden.
Anders geformuleerd berusten grote investeringsbeslissingen die op basis van deze modellen nu genomen (dreigen te) worden, met een totale omvang die, bij een gemiddelde investering van €30.000 per woning, maar liefst €240 miljard zou bedragen, in feite op een relatief willekeurige vormgeving van onze milieubelastingheffing. Je kunt zelfs stellen dat we deze investeringen eigenlijk alleen doen om in het huidige regime zoveel mogelijk milieubelasting te vermijden.

Gas en elektriciteit zijn beide energiedragers

Gas en stroom zijn als energiedrager technisch uitwisselbaar, en met elkaar vergelijkbaar te maken door beide uit te drukken in kWh of Joules. In rapporten van de overheid wordt meestal met Joules gerekend, hier kiezen we voor de eenvoud voor kWh.
Stroom is dan simpel, en wordt direct afgerekend in kWh.
Voor gas is de energetische omrekenfactor 8,8 kWh per maardgas. Als je warmte wilt opwekken met stroom zul je dus voor iedere maardgas die je nu verstookt ongeveer 8,8 kWh elektriciteit gaan verbruiken. Ongeveer, omdat de omzettingen van gas en elektriciteit naar warmte niet precies even efficiënt zullen verlopen.

Simpel van het gas af

De meest eenvoudige oplossing om van het gas af te gaan is dan het vervangen van de huidige gastoestellen (gasfornuis, combi CV-ketel) door elektrische exemplaren. Deze techniek wordt in veel landen al standaard gebruikt (Scandinavië, Frankrijk, Duitsland) en is dan ook volledig uitontwikkeld. Zie bijvoorbeeld het artikel in de Volkskrant van 18 april 2019 hierover.
Elektrische apparaten zijn qua prijs, prestatie en omvang vergelijkbaar met gastoestellen. Qua investering is dit daarom een ‘niet-meer-dan-anders’ keuze op het moment dat deze apparaten aan vervanging toe zijn.
Wel zijn er wat eenmalige extra kosten voor aanpassingen in de meterkast en het verwijderen van de gasaansluiting, maar die zijn er in ieder scenario.

Door simpele elektrificatie stijgen de energiekosten flink

Volgens bovenstaande prijzen bedragen de kosten voor gas €1.152 per jaar, bij een verbruik van 1.400 mper jaar. Dit verbruik is ongeveer het gemiddelde in Nederland. De kosten zijn inclusief de netwerkkosten van de netbeheerder en het vastrecht van de gasleverancier.
Vervang je gas door elektriciteit, dan ga je ca. 1.400 x 8,8 = 12.320 kWh extra stroom verbruiken. De extra kosten hiervan bedragen €2.294 (mei 2019; nu zonder netwerkkosten en vastrecht, want die betaal je al voor je overige verbruik). In dit voorbeeld gaan we uit van een stroomverbruik van 3.500 kWh vóór de omzetting van gas naar elektriciteit. Dus het totale stroomverbruik na omzetting wordt in dit rekenvoorbeeld 15.820 kWh .
De kosten van gas vallen weg, dus netto leidt deze simpele omzetting naar ‘all-electric’, waarvoor je verder niets in huis hoeft aan te passen of te verbouwen, tot €1.142 hogere energiekosten per jaar (€2.294 minus €1.152). Dit is €95 per maand méér, dus een flinke verhoging van de maandlasten, die voor dit huishouden nu ca. €155 per maand zullen bedragen (bij 1.400 m³ gas en 3.500 kWh stroom).

TIP: Je kunt een berekening met de actuele prijzen eenvoudig voor je eigen situatie maken door de check-je-voorschot toepassing elders op deze website te gebruiken.
Vul dan eerst je huidige stroom- en gasverbruik in, om je huidige standaard kosten te bepalen. Vervolgens vermenigvuldig je de gas m³’s met 8,8 om het extra stroomverbruik uit te rekenen als je gastoestellen door elektrische apparaten vervangt. Tel je huidige stroomverbruik hierbij op, zet je gasverbruik op nul, en je ziet wat je jaarkosten en maandlasten in dat geval zouden worden, bij de huidige marktprijzen en belastingen.

Hoge investeringen voor lagere lasten?

Het is precies deze dreigende kostenverhoging die grote investeringen nodig lijken te maken. Immers alleen door zwaar te investeren in isolatie, geavanceerde warmtetechniek en zonnepanelen (thermisch en PV) kun je de jaarlijkse kosten gelijk houden of zelfs verlagen, zo luidt het (verkoop)verhaal.
Maar dit vraagt wel investeringen van gemiddeld rond de €30.000 per woning (met een grote bandbreedte). Deze investering is in essentie onrendabel in relatie tot de besparing, en leidt tot financieringsproblemen bij huiseigenaren en woningcorporaties, tot grote knelpunten in de uitvoering (installateurs en bouwvakkers), en daarmee tot veel voorspelbare weerstand en vertraging.
Ook de alternatieve route via warmtenetten is complex en kapitaalsintensief, al komen de investeringslasten hier in eerste instantie bij bedrijven en de overheid terecht.
Maar zijn deze grote investeringen wel echt nodig? Waardoor stijgen de jaarlijkse kosten eigenlijk zo sterk bij een eenvoudige omzetting van gas naar elektriciteit?

Kosten stijgen vooral door belastingheffing

In de huidige situatie met gas ontvangt de overheid voor 1.400 mafgenomen gas €585 aan milieubelastingen en BTW per jaar.
Bij een eenvoudige ‘all-electric’ oplossing zoals beschreven, loopt de belastingopbrengst opeens sterk op. Voor de 12.320 kWh extra stroom ontvangt de Belastingdienst maar liefst €1.495 aan milieubelastingen en BTW. De belastingdruk op dit huishouden, want iets anders is het niet, loopt dus op met €910 per jaar.
Een terechte vraag die hier gesteld kan worden is, waarom eigenlijk? Waarom zou de overheid op deze manier moeten profiteren van een omzetting van gas naar elektriciteit?
Als we hier ook een ‘niet-meer-dan-anders’ principe zouden hanteren, namelijk het principe dat de milieubelastingen voor een huishouden ná de omzetting van gas naar elektriciteit niet hoger zouden moeten zijn dan vóór de omzetting, dan zou dit hypothetische huishouden recht hebben op een belastingteruggaaf van €910, zonder dat dit de overheid per saldo iets kost!
De hogere energiekosten bij deze simpele vorm van ‘all-electric’, die we voor dit voorbeeld hierboven hebben uitgerekend als €1.142 per jaar, bedragen na deze teruggaaf nog slechts €232 per jaar of nog geen twee tientjes per maand. Dat ziet er ineens een stuk vriendelijker uit!

Eenvoudig in 30 jaar van het gas af

Kortom, de warmtetransitie kan in de basis eenvoudig en met beperkte meerkosten worden uitgevoerd door bestaande gastoestellen te vervangen door elektrische varianten. Door mee te lopen met de natuurlijke vervangingscyclus voor gastoestellen is deze overgang de komende 30 jaar met de bestaande capaciteit in de bouw- en installatiebranche prima uitvoerbaar.
Investeringen in isolatie of oplossingen die meer comfort en besparing bieden blijven natuurlijk altijd mogelijk en zinvol om de primaire vraag naar energie te reduceren, maar zijn dan geen eis meer om de warmtetransitie mogelijk te maken. Het is een keuze die iedere woningeigenaar zelf in vrijheid kan maken.
Deze investeringen gaan, zoals dat heet, van het ‘kritieke pad’ af, waarmee alle huidige issues rond financiering en uitvoeringscapaciteit verdwijnen. Dit haalt veel druk van de ketel bij woningeigenaren, zowel in de huur- als in de koopsector. En ook bij gemeenten die de warmtetransitie op hun bord hebben.
Partijen die wel flink aan de slag zullen moeten zijn de netwerkbedrijven die het elektriciteitsnet aan de extra vraag moeten aanpassen. Maar dat proces is al in gang gezet. Deze bedrijven doen dit graag, en kunnen dit relatief eenvoudig financieren.

Den Haag is aan zet

Het enige wat hiervoor moet gebeuren is dat de overheid de grondslag voor de inning van milieubelastingen wat slimmer vorm geeft, bijvoorbeeld door de huidige heffingsgrondslagen op kWh stroom en mgas te vervangen door een energiedragerneutrale heffing op de totaal afgenomen Joules (die daar dan weer handig voor zijn), zodat de totale belastingdruk op een huishouden uit milieubelastingen transitieneutraal wordt.
Daarnaast moet de overheid nadenken over de totale absolute milieubelastingdruk op huishoudens en ervoor zorgen dat deze niet stijgt louter als gevolg van een door dezelfde overheid gewenste warmtetransitie. Dit zal het draagvlak voor deze transitie sterk vergroten en de realisatie van de doelstelling, in 2050 van het gas af, haalbaar en betaalbaar maken.

Een rekenvoorbeeld

Een belastingheffing naar Joules zou er als volgt uit kunnen zien voor gewone huishoudens:
Ons voorbeeldhuishouden verbruikt nu 1.400 m³ gas en 3.500 kWh stroom. 1 kWh = 3,6 MJ (MegaJoule = 1 miljoen Joules; een Joule is heel weinig energie, dus je zit snel op grote getallen).
Het huishouden verbruikt dan 1.400 x 8,8 x 3,6 = 44.352 MJ uit gasverbruik, en 3.500 x 3,6 = 12.600 MJ uit elektriciteitsverbruik; totaal 56.952 MJ of 56,952 GigaJoule (GJ).
Het huishouden betaalt nu €497 milieubelasting voor elektriciteit en €585 voor gas, totaal €1.082 (incl. BTW).
Een neutraal belastingtarief zou dan €1.082/56,952 = €19,00 per GigaJoule zijn (incl. BTW).
Terugvertaald naar de belasting per energiedrager betaalt het huishouden in de huidige situatie met dit tarief per GJ €843 belasting als gevolg van het gasverbruik, maar nog slechts €239 voor het elektriciteitsverbruik, samen dezelfde €1.082 als nu.
Bij dit tarief ontvangt de overheid dus evenveel belasting als in de huidige situatie, maar het huishouden wordt niet langer fiscaal ‘gestraft’ als het een gastoestel vervangt door een elektrisch apparaat. Het aantal afgenomen GigaJoules blijft dan immers gelijk.

Auteur: Chris IJsbrandy

Ik ben 20 werkzaam in de energiesector als adviseur van overheden en energiebedrijven. Twee jaar geleden ben ik Forstrom gestart, een nieuwe energieleverancier die met gegevens uit de slimme meter klanten helpt met energiebesparing.