Simpel van het gas af

Door een energiedragerneutrale belastingheffing en een ‘niet-meer-dan-anders’ principe op de totale milieubelastingdruk op huishoudens wordt het opeens simpel, haalbaar en betaalbaar om van het gas af te gaan, zoals een verrassende analyse laat zien.

Van het gas af, maar hoe?

Veel gemeenten breken zich op dit moment  het hoofd over de ‘warmtetransitie’. Hoe komen we van het aardgas af voor de verwarming van woningen en gebouwen?
In 2021 moeten alle gemeenten daar een plan voor hebben. Sommige gemeenten willen al in 2040 ‘gasloos’ zijn. De Rijksoverheid en andere gemeenten hebben 2050 hiervoor als doel geformuleerd. Dit lijkt nog ver weg, maar betekent toch dat bijna iedere woning, school, kantoor, etc. de komende 20-30 jaar aangepast zal moeten worden aan een andere energiedrager dan gas.
Kolossale investeringen worden de burger voorgespiegeld om deze transitie te realiseren, waarvoor de burger links- of rechtsom de rekening gaat betalen. Intussen ‘helpt’ de overheid door de milieubelastingen op gas sterk te verhogen. De onrust groeit en heeft inmiddels een politieke vertaling gevonden in de groei van protestpartij Forum voor Democratie. De transitie dreigt al te stranden voor hij goed en wel begonnen is.

Particuliere of collectieve oplossingen

Bij het zoeken naar oplossingen voor de warmtetransitie spelen twee belangrijke afwegingen een rol.
De eerste is die rond investeringen en jaarlijkse kosten, waarbij de aanname is dat de jaarlijkse kosten dalen naarmate je meer investeert in bouwkundige maatregelen (isolatie) en ‘slimme’ energietechniek.
De tweede is de afweging tussen particuliere investeringen door de huiseigenaar, dan wel collectieve investeringen door bedrijven die warmte als dienst aanbieden.
Met particuliere investeringen zitten we in de wereld van de ‘all-electric’-oplossingen als warmtepompen, infraroodpanelen, elektrische CV-ketels en elektrische radiatoren.
Met collectieve investeringen zitten we in de wereld van de warmtenetten, gekoppeld aan bestaande of nieuw te ontwikkelen CO2-arme warmtebronnen, zoals afvalverbrandingsinstallaties, restwarmte van industriële processen of elektriciteitsproductie, en geothermie.

Rekenmodellen geven de doorslag

De keuze voor de ene of de andere oplossing voor een wijk of voor een individueel pand wordt bepaald door een integrale kostenafweging. Hoe hoog is de investering voor de ene of de andere oplossing, en hoe vertalen investeringen en exploitatiekosten zich in een jaarlijkse energierekening voor gebruiker of bewoner?
De uitkomst van rekenmodellen is daarbij in alle situaties sterk afhankelijk van de prijzen voor gas en elektriciteit die worden aangenomen.
De gasprijs bepaalt in sterke mate de huidige kosten van de warmtevoorziening. Alternatieven worden hiertegen afgezet, waarbij voor ‘all-electric’ de elektriciteitsprijs een belangrijke rol speelt.
Bij warmtenetten is een ‘niet-meer-dan-anders’ principe in de Warmtewet verankerd. Dit wil zoveel zeggen dat als bewoners een warmtenet aangeboden krijgen de jaarlijkse kosten niet hoger mogen zijn dan wat zij met een eigen gasgestookte voorziening kwijt geweest zouden zijn, wederom op basis van de geldende gasprijs.

Milieubelasting bepalende factor in rekenmodellen

In de gas- en elektriciteitsprijzen zit echter een grote beïnvloedbare factor die als zodanig weinig aandacht krijgt. In deze prijzen zit namelijk een grote component milieubelastingen, in de vorm van de Energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie.
De standaard elektriciteitsprijs voor consumenten bedraagt (mei 2019) 20,7 cent. Hiervan is 14,2 cent milieubelastingen (incl. de BTW hierover) en slechts 6,5 cent de kale stroomprijs. Ook in de gasprijs is deze verhouding twee derde belasting/één derde energie terug te zien. De standaard gasprijs is nu 65,4 cent, waarvan 41,8 cent belasting en 23,6 cent voor het gas zelf.
De component milieubelasting is in feite volledig vrij vorm te geven. Het is een manier voor de overheid om geld op te halen bij de burger, maar dat kan uiteraard op vele manieren. Er is geen enkele technische noodzaak om de milieubelastingen te laten zijn wat ze zijn en te heffen zoals ze geheven worden.
Omdat de (integrale) gas- en elektriciteitsprijzen kritische rekengrootheden in de rekenmodellen zijn biedt dit een grote kans. Door aan de knop milieubelastingen te draaien kunnen deze prijzen sterk beïnvloed worden, en daarmee ook de uitkomsten van de modellen waarmee alternatieven voor de warmtetransitie doorgerekend worden.
Anders geformuleerd berusten grote investeringsbeslissingen die op basis van deze modellen nu genomen (dreigen te) worden, met een totale omvang die, bij een gemiddelde investering van €30.000 per woning, maar liefst €240 miljard zou bedragen, in feite op een relatief willekeurige vormgeving van onze milieubelastingheffing. Je kunt zelfs stellen dat we deze investeringen eigenlijk alleen doen om in het huidige regime zoveel mogelijk milieubelasting te vermijden.

Gas en elektriciteit zijn beide energiedragers

Gas en stroom zijn als energiedrager technisch uitwisselbaar, en met elkaar vergelijkbaar te maken door beide uit te drukken in kWh of Joules. In rapporten van de overheid wordt meestal met Joules gerekend, hier kiezen we voor de eenvoud voor kWh.
Stroom is dan simpel, en wordt direct afgerekend in kWh.
Voor gas is de energetische omrekenfactor 8,8 kWh per maardgas. Als je warmte wilt opwekken met stroom zul je dus voor iedere maardgas die je nu verstookt ongeveer 8,8 kWh elektriciteit gaan verbruiken. Ongeveer, omdat de omzettingen van gas en elektriciteit naar warmte niet precies even efficiënt zullen verlopen.

Simpel van het gas af

De meest eenvoudige oplossing om van het gas af te gaan is dan het vervangen van de huidige gastoestellen (gasfornuis, combi CV-ketel) door elektrische exemplaren. Deze techniek wordt in veel landen al standaard gebruikt (Scandinavië, Frankrijk, Duitsland) en is dan ook volledig uitontwikkeld. Zie bijvoorbeeld het artikel in de Volkskrant van 18 april 2019 hierover.
Elektrische apparaten zijn qua prijs, prestatie en omvang vergelijkbaar met gastoestellen. Qua investering is dit daarom een ‘niet-meer-dan-anders’ keuze op het moment dat deze apparaten aan vervanging toe zijn.
Wel zijn er wat eenmalige extra kosten voor aanpassingen in de meterkast en het verwijderen van de gasaansluiting, maar die zijn er in ieder scenario.

Door simpele elektrificatie stijgen de energiekosten flink

Volgens bovenstaande prijzen bedragen de kosten voor gas €1.152 per jaar, bij een verbruik van 1.400 mper jaar. Dit verbruik is ongeveer het gemiddelde in Nederland. De kosten zijn inclusief de netwerkkosten van de netbeheerder en het vastrecht van de gasleverancier.
Vervang je gas door elektriciteit, dan ga je ca. 1.400 x 8,8 = 12.320 kWh extra stroom verbruiken. De extra kosten hiervan bedragen €2.294 (mei 2019; nu zonder netwerkkosten en vastrecht, want die betaal je al voor je overige verbruik). In dit voorbeeld gaan we uit van een stroomverbruik van 3.500 kWh vóór de omzetting van gas naar elektriciteit. Dus het totale stroomverbruik na omzetting wordt in dit rekenvoorbeeld 15.820 kWh .
De kosten van gas vallen weg, dus netto leidt deze simpele omzetting naar ‘all-electric’, waarvoor je verder niets in huis hoeft aan te passen of te verbouwen, tot €1.142 hogere energiekosten per jaar (€2.294 minus €1.152). Dit is €95 per maand méér, dus een flinke verhoging van de maandlasten, die voor dit huishouden nu ca. €155 per maand zullen bedragen (bij 1.400 m³ gas en 3.500 kWh stroom).

TIP: Je kunt een berekening met de actuele prijzen eenvoudig voor je eigen situatie maken door de check-je-voorschot toepassing elders op deze website te gebruiken.
Vul dan eerst je huidige stroom- en gasverbruik in, om je huidige standaard kosten te bepalen. Vervolgens vermenigvuldig je de gas m³’s met 8,8 om het extra stroomverbruik uit te rekenen als je gastoestellen door elektrische apparaten vervangt. Tel je huidige stroomverbruik hierbij op, zet je gasverbruik op nul, en je ziet wat je jaarkosten en maandlasten in dat geval zouden worden, bij de huidige marktprijzen en belastingen.

Hoge investeringen voor lagere lasten?

Het is precies deze dreigende kostenverhoging die grote investeringen nodig lijken te maken. Immers alleen door zwaar te investeren in isolatie, geavanceerde warmtetechniek en zonnepanelen (thermisch en PV) kun je de jaarlijkse kosten gelijk houden of zelfs verlagen, zo luidt het (verkoop)verhaal.
Maar dit vraagt wel investeringen van gemiddeld rond de €30.000 per woning (met een grote bandbreedte). Deze investering is in essentie onrendabel in relatie tot de besparing, en leidt tot financieringsproblemen bij huiseigenaren en woningcorporaties, tot grote knelpunten in de uitvoering (installateurs en bouwvakkers), en daarmee tot veel voorspelbare weerstand en vertraging.
Ook de alternatieve route via warmtenetten is complex en kapitaalsintensief, al komen de investeringslasten hier in eerste instantie bij bedrijven en de overheid terecht.
Maar zijn deze grote investeringen wel echt nodig? Waardoor stijgen de jaarlijkse kosten eigenlijk zo sterk bij een eenvoudige omzetting van gas naar elektriciteit?

Kosten stijgen vooral door belastingheffing

In de huidige situatie met gas ontvangt de overheid voor 1.400 mafgenomen gas €585 aan milieubelastingen en BTW per jaar.
Bij een eenvoudige ‘all-electric’ oplossing zoals beschreven, loopt de belastingopbrengst opeens sterk op. Voor de 12.320 kWh extra stroom ontvangt de Belastingdienst maar liefst €1.495 aan milieubelastingen en BTW. De belastingdruk op dit huishouden, want iets anders is het niet, loopt dus op met €910 per jaar.
Een terechte vraag die hier gesteld kan worden is, waarom eigenlijk? Waarom zou de overheid op deze manier moeten profiteren van een omzetting van gas naar elektriciteit?
Als we hier ook een ‘niet-meer-dan-anders’ principe zouden hanteren, namelijk het principe dat de milieubelastingen voor een huishouden ná de omzetting van gas naar elektriciteit niet hoger zouden moeten zijn dan vóór de omzetting, dan zou dit hypothetische huishouden recht hebben op een belastingteruggaaf van €910, zonder dat dit de overheid per saldo iets kost!
De hogere energiekosten bij deze simpele vorm van ‘all-electric’, die we voor dit voorbeeld hierboven hebben uitgerekend als €1.142 per jaar, bedragen na deze teruggaaf nog slechts €232 per jaar of nog geen twee tientjes per maand. Dat ziet er ineens een stuk vriendelijker uit!

Eenvoudig in 30 jaar van het gas af

Kortom, de warmtetransitie kan in de basis eenvoudig en met beperkte meerkosten worden uitgevoerd door bestaande gastoestellen te vervangen door elektrische varianten. Door mee te lopen met de natuurlijke vervangingscyclus voor gastoestellen is deze overgang de komende 30 jaar met de bestaande capaciteit in de bouw- en installatiebranche prima uitvoerbaar.
Investeringen in isolatie of oplossingen die meer comfort en besparing bieden blijven natuurlijk altijd mogelijk en zinvol om de primaire vraag naar energie te reduceren, maar zijn dan geen eis meer om de warmtetransitie mogelijk te maken. Het is een keuze die iedere woningeigenaar zelf in vrijheid kan maken.
Deze investeringen gaan, zoals dat heet, van het ‘kritieke pad’ af, waarmee alle huidige issues rond financiering en uitvoeringscapaciteit verdwijnen. Dit haalt veel druk van de ketel bij woningeigenaren, zowel in de huur- als in de koopsector. En ook bij gemeenten die de warmtetransitie op hun bord hebben.
Partijen die wel flink aan de slag zullen moeten zijn de netwerkbedrijven die het elektriciteitsnet aan de extra vraag moeten aanpassen. Maar dat proces is al in gang gezet. Deze bedrijven doen dit graag, en kunnen dit relatief eenvoudig financieren.

Den Haag is aan zet

Het enige wat hiervoor moet gebeuren is dat de overheid de grondslag voor de inning van milieubelastingen wat slimmer vorm geeft, bijvoorbeeld door de huidige heffingsgrondslagen op kWh stroom en mgas te vervangen door een energiedragerneutrale heffing op de totaal afgenomen Joules (die daar dan weer handig voor zijn), zodat de totale belastingdruk op een huishouden uit milieubelastingen transitieneutraal wordt.
Daarnaast moet de overheid nadenken over de totale absolute milieubelastingdruk op huishoudens en ervoor zorgen dat deze niet stijgt louter als gevolg van een door dezelfde overheid gewenste warmtetransitie. Dit zal het draagvlak voor deze transitie sterk vergroten en de realisatie van de doelstelling, in 2050 van het gas af, haalbaar en betaalbaar maken.

Een rekenvoorbeeld

Een belastingheffing naar Joules zou er als volgt uit kunnen zien voor gewone huishoudens:
Ons voorbeeldhuishouden verbruikt nu 1.400 m³ gas en 3.500 kWh stroom. 1 kWh = 3,6 MJ (MegaJoule = 1 miljoen Joules; een Joule is heel weinig energie, dus je zit snel op grote getallen).
Het huishouden verbruikt dan 1.400 x 8,8 x 3,6 = 44.352 MJ uit gasverbruik, en 3.500 x 3,6 = 12.600 MJ uit elektriciteitsverbruik; totaal 56.952 MJ of 56,952 GigaJoule (GJ).
Het huishouden betaalt nu €497 milieubelasting voor elektriciteit en €585 voor gas, totaal €1.082 (incl. BTW).
Een neutraal belastingtarief zou dan €1.082/56,952 = €19,00 per GigaJoule zijn (incl. BTW).
Terugvertaald naar de belasting per energiedrager betaalt het huishouden in de huidige situatie met dit tarief per GJ €843 belasting als gevolg van het gasverbruik, maar nog slechts €239 voor het elektriciteitsverbruik, samen dezelfde €1.082 als nu.
Bij dit tarief ontvangt de overheid dus evenveel belasting als in de huidige situatie, maar het huishouden wordt niet langer fiscaal ‘gestraft’ als het een gastoestel vervangt door een elektrisch apparaat. Het aantal afgenomen GigaJoules blijft dan immers gelijk.

Check Je Voorschot

Onrust over Hogere Energienota’s

Er is begin 2019 veel te doen rond aankondigingen van energieleveranciers dat het maandelijkse voorschot verhoogd wordt. Dit heeft deels te maken met de prijzen van elektriciteit en gas in de groothandel, maar vooral ook met hogere milieubelastingen die vanaf 1 januari van kracht zijn geworden.

Check Je Kosten en Je Voorschot

Check hier of het voorschot dat je leverancier voorstelt overeenkomt met de huidige marktprijzen en belastingtarieven. Vul in hoeveel stroom, gas of warmte je in een jaar geleverd krijgt en zie direct wat de totale jaarkosten voor het lopende kalenderjaar ongeveer worden en welk voorschot hierbij past.

 

Voorschotten zijn Gratis Geld voor Leveranciers

Energieleveranciers willen voorkomen dat hun klanten later tegen een hoge nabetaling aanlopen. Dat valt op zich te prijzen, maar het lijkt erop dat sommige leveranciers het voorschot wel erg sterk verhogen.
Bedenk daarbij dat voorschotten voor energieleveranciers gratis geld zijn.
Zij financieren zich ten dele met alvast geïncasseerde voorschotten, waarvoor de bijbehorende leverkosten, en afdrachten van belastingen en netwerkkosten door de leverancier pas later worden afgerekend.
Dat is prettig voor de boekhouding. Extra geld op de bank, waar geen rente voor betaald hoeft te worden. Er gaat bij de huishoudens per jaar ongeveer €16 miljard aan energiekosten doorheen. Dus tel uit je winst als je hiervan een maandje extra cash op de bank hebt staan!

Berekening is Indicatie

De berekening wordt zo zorgvuldig mogelijk uitgevoerd met actuele marktprijzen voor stroom en gas, die we maandelijks aanpassen, en met de belastingtarieven en gemiddelde netwerkkosten zoals die dit jaar gelden. Voor warmtelevering gebruiken we de gepubliceerde maximum tarieven van de Autoriteit Consument en Markt. Voor teruglevering van elektriciteit gaan we uit van 100% saldering tot het punt waarop netto teruglevering op jaarbasis optreedt. Is dit laatste het geval dan rekenen we voor dit deel met een teruglevertarief dat gelijk is aan het levertarief (excl. milieubelastingen, incl. BTW).

De berekening is daarmee zo objectief mogelijk, en volgens de geldende marktregels opgesteld. Berekeningen bij prijsvergelijkers of op websites van energieleveranciers kunnen afwijken van de hier berekende uitkomst. Vaak zal dit te maken hebben met commerciële aanbiedingen die in berekeningen bij deze partijen tot uiting komen, gericht op klantenwerving. Forstrom is niet gebonden aan enige marktpartij en probeert ook geen klanten voor energieleveranciers te werven. Zie onze berekening als de normale standaardkosten voor energielevering in de huidige markt.

Je uiteindelijke kosten hangen natuurlijk af van je werkelijke verbruik gedurende het jaar. Een koude maand kan een groot verschil maken voor je gasverbruik en daarmee voor je totale kosten. Daarom kun je ervoor kiezen je voorschot iets hoger te laten zijn dan de berekening uitwijst. Bij de meeste leveranciers kun je zelf via de website of de klantenservice het voorschot omhoog of omlaag (laten) aanpassen.

Verder zullen de contractprijzen bij je leverancier iets afwijken van de standaard prijzen die we voor deze berekening gebruikt hebben. Zie deze berekening daarom als een goede indicatie, maar niet als iets waar je rechten aan kunt ontlenen bij Forstrom of bij je leverancier.

Forstrom © 2019

 

 

Klimaatakkoord: Autoritair of Democratisch?

Het Klimaatakkoord en de Energietransitie die het klimaat moet redden, dreigen voor de Nederlandse huishoudens uit te lopen op een politieke strijd over de mate waarin de overheid haar burgers kan dwingen hun huis te verbouwen of hun auto te vervangen door een elektrisch exemplaar.
Rijk, provincies en gemeenten vliegen de Energietransitie aan als een bestuurlijk project. Maar dit is een staaltje planeconomie dat in Nederland lang niet vertoond is.
Meestal lukt een dergelijke planmatige aanpak alleen na rampen die zich daadwerkelijk hebben voorgedaan, zoals de Watersnoodramp in 1953, die het wereldberoemde Deltaplan heeft opgeleverd.
De Klimaatramp is op zich niet minder bedreigend, maar voltrekt zich veel geleidelijker en lijkt, ondanks alle waarschuwende rapporten van experts, voorlopig niet de mobiliserende werking en legitimering van een ‘echte’ ramp te krijgen.
Denken in een scala van oplossingen, met voldoende vrijheidsgraden voor de burger en met behoud van democratische zelfbeschikking, is in een dergelijke situatie een vruchtbaarder aanpak dan een van boven af opgelegde verandering.

Nederland is Planmatig Ontwikkeld…

Nederland kent een lange traditie van planmatige ontwikkeling, zoals iedereen die wel eens van of naar Schiphol gevlogen is van boven af kan waarnemen. De strijd tegen het water, beperkte ruimte in een vruchtbare delta, en een hang naar soberheid, gelijkheid en organisatie hebben geleid tot een strakke ruimtelijke ordening en tot steden  en gebouwen die vrijwel volledig onderworpen zijn aan regels en voorschriften.
In zijn recente boek ‘Building and Dwelling’ (2018) maakt de Amerikaanse socioloog Richard Sennet een onderscheid tussen ‘gesloten’ en ‘open’ steden en stedelijke samenlevingen.
Gesloten steden worden gebouwd en ontwikkeld volgens een bepaald masterplan. Open steden ontwikkelen zich meer organisch en volgen minder strikte regels en voorschriften.
Gesloten steden zijn ‘autoritair’, omdat ze weinig variatie toelaten en weinig eigen initiatief van de bewoners verlangen. Initiatieven waardoor afwijkingen van het vaste patroon ontstaan worden eerder ontmoedigd, of zelfs bestraft.
Open steden bieden meer ruimte voor eigen initiatief en creativiteit. Ze zijn ‘democratisch’ omdat het meer aan de bewoners zelf wordt overgelaten waar en wat er gebouwd wordt.
Volgens dit onderscheid heeft Nederland een bij uitstek ‘gesloten’ gebouwde omgeving.

Met Een Zeer Divers Resultaat

Deze planmatige ontwikkeling heeft zich gedurende enkele honderden jaren voltrokken. De planmatige uitgangspunten zijn in deze periode sterk geëvolueerd. Techniek is voortgeschreden. Nieuwe bouwmaterialen en installatietechnieken leidden tot nieuwe oplossingen en vormgeving. Verbouwingen en onderhoud, of juist gebrek aan onderhoud, hebben woningen en gebouwen in de loop der tijd sterk veranderd. Het resultaat van planmatige ontwikkeling is daarom toch een gebouwde omgeving die een grote mate van diversiteit kent.
De introductie van aardgas eind jaren ’60 van de vorige eeuw, gekoppeld aan de naoorlogse uitbouw die toen plaatsvond, heeft geleid tot de huidige energievoorziening in woningen, die veilig, betrouwbaar, comfortabel en betaalbaar is.
Naast deze planmatige stedelijke ontwikkeling kent Nederland ook een sterke liberale traditie. Bezit wordt gekoesterd en beschermd en achter de voordeur doen we graag wat ons zelf invalt. De keurige rijtjes woningen die ooit planmatig in het landschap neergezet zijn, vertonen inmiddels vaak een bont scala aan uitbouwsels, dakkapellen, opbouwen, etc.
Nieuwbouw wordt de laatste jaren minder eenvormig uitgevoerd dan in de jaren ’60 en ’70. Variatie in woningtypen, grootte en uiterlijk levert esthetisch een prettiger stadsbeeld op, en leidt tot een meer gevarieerde samenstelling van de bevolking.
Nederland heeft ca. 7,7 miljoen woningen, waarvan 56% als ‘eigen woning’ te boek staat (BAG, peildatum 1-1-2015). Dit zijn ruim 4,3 miljoen woningen. De overige 3,4 miljoen woningen worden verhuurd, hetzij particulier (ruim 1 miljoen), dan wel via woningcorporaties (2,4 miljoen). Het overgrote deel van deze woningen zal er in 2050 ook nog staan. Er zal nieuwbouw bij komen, maar grootschalige sloop en herbouw van bestaande woningen wordt nog nergens voorzien.
Het planmatig ontwikkelen van nieuwbouw, inmiddels energieneutraal en gasloos uitvoerbaar, is één ding. Het verbouwen en onder nieuwe voorschriften brengen van alle bestaande bouw, in al zijn bouwkundige variatie en met al zijn bestaande eigendomsrechten, is echter andere koek.

Stappenplan Regionale Energie Strategie (bron: IPO)

Energietransitie Gesloten of Open Organiseren?

Stedenbouwkundig staat Nederland daarmee voor een immense opgave.
Hoe ‘decarboniseren’ we onze energiehuishouding in de gebouwde omgeving? Dat wil zeggen, hoe halen we alle energie die we nodig hebben voor wonen, werken en vervoer in de toekomst uit bronnen die (vrijwel) geen CO2-uitstoot in de atmosfeer veroorzaken?
Kunnen we deze transitie van boven af, en in een strak tijdschema aan de bevolking opleggen, of doen we er beter aan zelfbeschikking van mensen centraal te stellen, en het tempo aan hen zelf over te laten?
Overheden, milieu-organisaties en dat deel van het bedrijfsleven dat hoopt te verdienen aan de Energietransitie, kiezen voor een gestuurde, planmatige aanpak, desnoods met boetes en wettelijke dwang. De bevolking slijpt de messen. De politiek is verdeeld of aarzelt.

De Klimaattafels Kiezen voor Gesloten

Vanaf de Klimaattafels in Den Haag, waar de polder overlegt over een nationaal Klimaatakkoord, klinkt een luide roep om ‘regie’, uit te oefenen door de overheid. Het kabinet moet besluiten nemen, zo klinkt het.
Nu blinkt onze overheid bijna nergens uit in het voeren van ‘regie’, wellicht met Rijkswaterstaat en de water- en wegeninfrastructuur waarover dit overheidsapparaat de scepter zwaait, als markante uitzondering.
De overheid heeft geen uitvoerend apparaat dat in de gebouwde omgeving capaciteit en ervaring heeft met een dergelijke enorme planopgave. De heersende cultuur in Den Haag is ook, in feite vanaf het eerste kabinet Lubbers (1982), dat het primaat bij de samenleving ligt, en de overheid zich ‘op afstand’ alleen met de hoogstnoodzakelijke randvoorwaarden moet bezighouden. Een centralistische rol voor de overheid is in strijd met deze consensus. Bij de Rijksoverheid zien we nu dan ook een beweging om de Energietransitie ‘over de heg’ naar provincies en gemeenten te gooien.

De Energiesector Kiest voor Gesloten

De energiesector is ook voor een ‘masterplan’ en benadrukt hierbij het systeemkarakter van energie. Een recent rapport van de gassector is hier een goed voorbeeld van. Er is nu eenmaal veel dure infrastructuur nodig om een energiesysteem in stand te houden. De productiecapaciteit moet op ieder moment toereikend zijn, nauwkeurig worden afgestemd op de vraag, en deze vraag in de tijd, voor elektriciteit zelfs van minuut tot minuut, zorgvuldig kunnen volgen.
Systeemdiensten, uitgeoefend door netbeheerders, zorgen ervoor dat dit productiesysteem in Nederland in balans is en vrijwel zonder storingen functioneert.
De ombouw van het huidige productiesysteem naar een duurzaam model vraagt enorme financiële investeringen, zowel maatschappelijk als privaat. De roep om duidelijke keuzes, voorspelbaarheid en planbaarheid is dan begrijpelijk. Tot op zekere hoogte zijn deze elementen waarschijnlijk ook onvermijdelijk, althans om de meest ‘systemische’ van de mogelijke oplossingen te realiseren.
Zo kan een warmtenet als alternatief voor gasverwarming alleen tot stand komen als er een partij in dit net investeert, er minimaal één betrouwbare CO2-vrije bron beschikbaar is of gebouwd wordt, en er tenslotte voldoende afnemers zijn om al deze investeringen langjarig rendabel te maken. Als niet aan alle drie de voorwaarden voldaan wordt zal het warmtenet er niet komen. Dit vraagt een hoog niveau van coördinatie en planning, met weinig vrijheidsgraden voor de uiteindelijke afnemers.
Warmtenetten zijn dus bij uitstek ‘gesloten’ oplossingen, ook als ze open staan voor meerdere warmtebronnen, of als (enkele) bewoners in theorie een andere keuze kunnen maken.

Netbeheerders Kiezen voor Gesloten

Netbeheerders, die een spilfunctie hebben bij de grote verbouwing van Nederland, hebben een groot operationeel belang bij een planmatige aanpak van de distributienetten.
Het verzwaren van elektriciteitsnetten, het weghalen van gasleidingen en het aanleggen van warmtenetten doen zij bij voorkeur in één keer en gecoördineerd met andere beheerders van netwerken, zoals waterleiding-, riolering- en kabelbedrijven. Dit levert kostenvoordelen op en beperkt de overlast in de stad.
Toch moet dit niet overdreven worden. De netwerkcomponent vormt slechts een beperkt deel van de totale kosten van het energiesysteem. Wat verandering vooral duur zal maken is haast, verkeerde keuzen en vervroegde afschrijving van netwerken die nog jaren mee hadden gekund.
Daar komt bij dat netwerkinvesteringen eenvoudig te financieren zijn. Netwerkbedrijven hebben een AAA-rating op de financiële markten, omdat zij bijna al hun kosten, met de zegen van de Autoriteit Consument en Markt, via vaste tarieven om mogen slaan over alle aangeslotenen in Nederland.

Bron: Triodos Bank

De Milieubeweging Kiest voor Gesloten

Ook de milieubeweging komt uit bij een gesloten model.
Hoezeer particuliere initiatieven, lokale experimenten, en zelfvoorzienende vuurtorenwachters ook gekoesterd worden, de grote frustratie in de milieubeweging is dat het allemaal veel te langzaam gaat. De neiging om dan maar ‘van bovenaf’ en middels (wettelijke) dwang de transitie te versnellen wordt dan groot.
De rechtzaak van Urgenda tegen de Staat, en de ‘Klimaatwet’ van GroenLinks en PvdA zijn uitingen ter linkerzijde van deze neiging om dwang te verkiezen boven consensus en geleidelijkheid.

Provincies en Gemeenten Kiezen voor Gesloten

Provincies en gemeenten lopen zich intussen warm om de Energietransitie uit te voeren.
Er zijn 30 ‘Energieregio’s’ gevormd in Nederland die in 2019 een Regionale Energie Strategie (RES) moeten opleveren. Hierin wordt ruimtelijk beschreven waar plaats is voor nieuwe windmolenparken en zonneweides, en waar zich mogelijke bronnen voor warmte bevinden (geothermie, industriële restwarmte, oppervlaktewater, ed.).
Aansluitend wordt van alle 380 gemeenten in Nederland verwacht dat zij uiterlijk in 2021 een Warmtevisie opleveren, waarin per wijk, per straat zichtbaar wordt gemaakt op welke wijze men zich in de toekomst geacht wordt van warmte te voorzien, en wanneer de gaskraan dicht gaat.
Daarnaast zijn gemeenten, zoals bijvoorbeeld Haarlem, van plan een lokaal ‘Klimaatakkoord’ tot stand te brengen waarin de totale opgave met de bevolking wordt ‘afgestemd’.
Opgeteld moeten al deze detailplannen leiden tot de realisatie van de nationale klimaatdoelstellingen, overeenkomend met de internationale afspraken die bij het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 gemaakt zijn.

Klimaatafspraken Parijs (bron: Alliander)

Maar Hoe Solidair Is Het Volk?

De dwang van het Klimaatakkoord van Parijs, althans de dwang die de politiek zichzelf oplegt op basis van deze overeenkomst, want sancties kent dit akkoord niet, leidt tot een bestuurlijke voorkeur voor een planmatige en technocratische aanpak van de Energietransitie.
Dit leidt tot een van boven af vastgestelde taakstelling voor Nederland: 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990; 80-100% reductie in 2050. Huidige (2017) stand ten opzichte van 1990: 0% reductie. Elders valt te lezen dat dit, gezien de economische groei die sinds 1990 heeft plaatsgevonden, overigens al een prestatie van formaat is.
Doelstellingen voor CO2-reductie worden eerst voor de hele wereld, dan voor ieder land geformuleerd. Binnen Nederland wordt deze doelstelling aan de Klimaattafels verdeeld over de sectoren elektriciteitsproductie, industrie, vervoer, landbouw en huishoudens.
Vervolgens worden deze doelstellingen nader ingevuld binnen de nieuwe energieregio’s en binnen de gemeenten. De nationale taakstelling wordt in 2019 (de opgetelde Regionale Energie Strategieën) en nogmaals eind 2021 (de opgetelde Warmtevisies van de gemeenten) geconfronteerd met wat de provincies en gemeenten, die individueel niet bij de Klimaattafels betrokken zijn geweest, binnen hun werkgebied aan mogelijkheden zien.
Dat deze benadering van onderop dezelfde uitkomst gaat geven als de van bovenaf geformuleerde taakstelling is niet erg waarschijnlijk.
Een complicerende factor hierbij is dat regio’s niet alleen naar hun eigen gebied kunnen kijken met als doel de eigen energievraag binnen het eigen grondgebied te verduurzamen.
Relatief dunbevolkte regio’s kunnen hier wellicht aan voldoen. Maar dat is niet voldoende, omdat dichtbevolkte regio’s en gemeenten met weinig vrij grondgebied hier met geen mogelijkheid aan zullen kunnen voldoen.
Met andere woorden, alle regio’s moeten opgeven wat zij maximaal kunnen doen, niet alleen voor zichzelf , maar ook om export van duurzame energie naar bijvoorbeeld de Randstad mogelijk te maken.
Dit vraagt nogal wat aan onderlinge solidariteit: ‘Zetten jullie je hele provincie maar vol met windmolens, zodat we in de Randstad duurzaam ons geld kunnen verdienen’. Het ligt niet voor de hand dat deze solidariteit zonder slag of stoot opgebracht zal worden, hoeveel ‘regie’ hier ook over gevoerd wordt.

De beoogde regelkring van het Klimaatakkoord (bron: IPO)

En Wie Gaat Dat Betalen?

Naast het ‘not-in-my-backyard’ probleem, is het andere grote issue uiteraard de financiering.
Bedragen die geïnvesteerd moeten worden om een woning energiezuinig te maken en van het gasnet af te kunnen halen lopen in verschillende scenario’s sterk uiteen van gemiddeld €15.000 (Urgenda, Milieudefensie, met comfortverlies) tot €50.000 of meer (aannemers en installatiebranche, met comfortwinst). Laten we het voorzichtig houden op €20.000 als de gemiddelde kosten per woning. Voor 7,7 miljoen woningen telt dit op naar een totale investering van €154 miljard (in prijzen van 2018).
Dit is exclusief de investeringskosten voor grootschalige duurzame opwek van elektriciteit, voor de aanleg en bouw van CO2-vrije warmtebronnen, en voor de netwerken die de stroom en de warmte moeten vervoeren.
€154 miljard is, hoe je het ook wendt of keert, een groot bedrag. Het is €5 miljard per jaar in de komende 30 jaar. Als hiervoor geleend moet worden, en dat zal in veel gevallen zo zijn, komt hier nog rente bij. Stel dat de rente 3% bedraagt en de lening van €20.000 in 20 jaar annuïtair wordt afgelost, dan kost dit een huiseigenaar €112 per maand.
Hier staat een lagere energierekening tegenover, maar daar moeten geen wonderen van verwacht worden. Een deel van de besparing zal geïncasseerd worden in de vorm van een hoger comfort, een deel zal gaan naar hogere kosten van netbeheer en de energievoorziening (inclusief zonnepanelen). Bovendien is het rendement van een veel gekozen oplossing als de warmtepomp in de praktijk niet wat er beloofd wordt, zoals elders op deze website beschreven wordt.
Al met al een forse aderlating voor de gemiddelde koopkracht van de burger, én een hogere schuld, waar ook niet iedereen op zal zitten te wachten.
Het is daarom een reëel risico dat een bestuurlijke en technocratische benadering van de Energietransitie, die met veel dwang gepaard gaat, vastloopt op grote maatschappelijke weerstand, met alle politieke risico’s van dien. Dit is immers koren op de molen van partijen die het klimaatprobleem niet serieus nemen.

Naar een Open Transitiemodel

Een open transitiemodel werkt vanuit de stelling ‘gesloten en planmatig waar collectief kansrijk en voordelig, maar open en naar eigen keuze in alle andere situaties’.
Collectieve, planmatige oplossingen, bijvoorbeeld met warmtenetten, zijn dan voorbehouden aan steden en wijken binnen steden die zich daar bouwkundig voor lenen en waar al een grote mate aan centraal ontwerp en centrale regie bestaat. De meest gesloten energieoplossingen horen in de meest gesloten wijken. Dit zijn vaak wijken waar naar verhouding veel (sociale) huurwoningen zijn. Grofweg zal deze benadering op termijn voor ca. 30-40% van Nederland kunnen werken. Dit percentage zal per gemeente verschillen. Nieuwbouw, die nu al grotendeels energie- en CO2-neutraal kan worden uitgevoerd, zal dit percentage langzaam verder verhogen.
In alle andere situaties verdienen open oplossingen de voorkeur. Dit betekent dat bewoners de ruimte moeten krijgen om wel of niet te investeren in hun woning, en dat zij daarbij alle oplossingen kunnen kiezen die de markt aanbiedt. Bewoners kunnen zo investeren op natuurlijke momenten, bij verhuizingen of als de woning toch al ingrijpend gerenoveerd wordt, en energiemaatregelen meegefinancierd kunnen worden. Maar niet omdat in het klimaatplan van de gemeente staat dat wijk X voor datum Y geheel verbouwd moet zijn en dat de gaskraan dan dicht gaat.
Netbeheerders zouden deze benadering voor deze wijken en bewoners moeten faciliteren door het gasnet voorlopig gewoon in stand te houden, en het elektriciteitsnet zodanig te verzwaren dat alle moderne oplossingen (warmtepompen, zonnepanelen, elektrisch vervoer, etc.) hiermee bediend kunnen worden.
Dikkere kabels en bestaande gasleidingen in bedrijf houden vormen de simpele ‘low tech’ oplossing om de vrijheidsgraden voor veel burgers in stand te houden en een grotere flexibiliteit naar een onzekere toekomst te bieden.
Op deze wijze kan de Energietransitie voor iedereen een positieve ervaring worden, in plaats van een politieke veldslag tussen tegengestelde belangen.

Wij Willen Gas!

Door een overreactie op het Groningse drama dreigt het kind met het badwater weggegooid te worden. Dit leidt tot een immens welvaartsverlies voor de Nederlandse samenleving. Daarom een pleidooi voor het gebruik van (circulair) gas en het instandhouden van de unieke gasinfrastructuur in Nederland, die ook voor een volledig duurzame energievoorziening essentieel zal blijken te zijn.

Dit verhaal gaat niet over Groningen…

Natuurlijk speelt Groningen een belangrijke rol als het om gas gaat. Het is immers dankzij het enorme gasveld in de omgeving van Slochteren dat Nederland op energiegebied sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw geworden is tot wat het is: Een gasland bij uitstek, met een fijn vertakt gasnetwerk dat gas bij de industrie aflevert, de Nederlandse tuinbouw in staat stelt tot zijn fabelachtige productie en internationale concurrentiekracht, en dat al onze huizen en gebouwen warm houdt in de winter. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat de Groningers er al deze jaren bekaaid vanaf zijn gekomen, en nu opgescheept zitten met gescheurde huizen en veel persoonlijke ellende. Mismanagement van de zijde van de Staat en haar partners bij de gaswinning in Groningen tot nu toe, en bij de omgang met de problemen daar, is een understatement. Toch mag dit geen reden zijn om gas als energiedrager dan maar helemaal af te serveren. Gas komt niet alleen uit Groningen. Gas geheel uitbannen zou buitengewoon onverstandig zijn, en voor Nederland op een economische zelfkastijding uitlopen van ongekende proporties.

Gas is voorlopig niet op

De prognoses gingen er tot voor kort vanuit dat het Groningse gas rond 2030 ‘op’ zou zijn, uitgaande van de toen geldende productiehoeveelheden. Althans dat de productie na 2020 sterk zou teruglopen en Nederland na 2030 een netto importeur van gas zou worden, zoals in onderstaand plaatje van Energiebeheer Nederland is weergegeven.

Schermafbeelding 2018-02-03 om 10.36.01
Energiebeheer Nederland 2014

Sinds 2014 is in stappen besloten de productie in Groningen eerder sterk terug te brengen, met 12 miljard m³ (BCM) als voorlopige doelstelling. Zoals in het plaatje zichtbaar is zouden we tot ca. 2030 in belangrijke mate voor de export produceren. Door het terugbrengen van de productie komt deze export onder druk te staan. Maar zelfs bij een halvering van de totale productie (inclusief de overige gasvelden in Nederland en op zee), kan Nederland nog grotendeels aan de binnenlandse consumptie voldoen (de rode lijn in het plaatje). Bovendien is wat we nu niet produceren niet weg. Op dit lagere productieniveau kunnen we veel langer dan 2030 doorgaan met gas te produceren voor de binnenlandse markt, zonder direct sterk afhankelijk te worden van import. Dat is goed nieuws!

Overigens is er niets mis met internationale gashandel. De aanvoerroutes zijn aanwezig, vanuit de Noordzee, vanuit Rusland of vanuit andere regio’s via LNG-transport. Het is wat merkwaardig hier nu opeens een probleem van te maken, terwijl we al vele decennia olie en oliederivaten uit de hele wereld naar Rotterdam laten komen. Conversiefabrieken (van LNG naar gas of van hoogcalorisch naar laagcalorisch gas) zijn er al, en kunnen vrij eenvoudig uitgebreid worden. Dit is relatief simpele en bewezen technologie. Als we de komende jaren nog exportverplichtingen te vervullen hebben, zullen we, bij een lager productievolume, zelf gas moeten invoeren om aan de binnenlandse vraag te voldoen. Geen big deal.

De gastraders worden er ook niet nerveus van. Ondanks alle paniek en publiciteit over productiebeperking in Groningen vertoont de forward gasprijs op dit moment (Okt18) voor de komende 6 jaar alleen maar een dalende trend. Kennelijk verwacht ‘de markt’ een naaste toekomst waarin overvloedig en voordelig gas beschikbaar zal zijn. Voor wat het waard is overigens. Het voorspellen van olie- en gasprijzen blijkt telkens weer een heikele zaak te zijn, waar onverwachte geo-politieke ontwikkelingen veel invloed op uit kunnen uitoefenen.

Gas futures; bron: Ice Endex Dutch TTF Gas Base Load Futures 12-09-2018

Veel zal hierbij afhangen van de Amerikaanse export-ambities. In de Verenigde Staten draait de productie van schalie-olie en -gas weer op volle toeren, en als het aan het huidige bewind ligt zal dit zo blijven. Dit zal de komende jaren een neerwaartse invloed op de wereldmarktprijs uitoefenen, omdat Amerika steeds minder zal importeren en wellicht zelfs op flinke schaal gaat exporteren. Kortom, er is voorlopig genoeg gas, en het zal niet bijzonder duur zijn. Dit is overigens relatief goed voor het klimaat, omdat gas in Amerika en elders vooral concurreert met kolen, dat bij verbranding per eenheid energie ongeveer 2x zoveel CO₂ genereert als gas.
Ook voor de beschikbaarheid van gas op veel langere termijn hoeven we ons nog geen zorgen te maken. De industrie gaat er vanuit dat er voor nog minimaal 200 jaar gas op de wereld is (geredeneerd vanuit de huidige consumptie en bekende reserves), terwijl nieuwe bronnen (schaliegas) en nieuwe ‘enhanced recovery’ productietechnieken de winbare reserves de afgelopen jaren verder hebben doen toenemen.

Natuurlijk moet het probleem in Groningen opgelost worden, en natuurlijk moet de productie daar naar een veilig niveau worden teruggebracht, maar de conclusie dat dit dan ook per direct het einde van de beschikbaarheid van gas voor de binnenlandse markt in Nederland is of zou moeten zijn is tamelijk voorbarig.

Maar we hebben toch een klimaatprobleem?

Het klimaat verandert en veroorzaakt toenemende problemen op vele terreinen. Ook is er een energietransitie gaande die onze energievoorziening geleidelijk duurzamer maakt, waardoor de inzet van zogenaamde fossiele brandstoffen (zoals gas) af zal nemen. Ik zie dit als twee relatief onafhankelijke verschijnselen, in die zin dat ik er niet van overtuigd ben dat de energietransitie wereldwijd snel genoeg zal gaan om het klimaat te stabiliseren en daarmee de problemen op te lossen, zoals ik elders op deze website beargumenteerd heb.
In de milieubeweging en in de politiek (althans voor de Bühne) worden deze twee verschijnselen hard gekoppeld. Milieugroepen en de meeste politici ruiken nu dan ook hun kans: De emotie rond Groningen levert het momentum om de omslag in Nederland van gas naar duurzaam te versnellen. ‘Van gas los’ is het mantra waarover congres na congres georganiseerd wordt. Hierbij wordt echter voorbij gegaan aan enkele belangrijke feiten.

Alternatieven voor gas in woningen niet rendabel

In de eerste plaats zijn de alternatieven voor gas in de gebouwde omgeving op dit moment economisch niet rendabel. Ecorys heeft eind januari 2018 een rapport ‘Van CV-ketel naar duurzame warmte’ gepubliceerd, dat in opdracht van Milieudefensie is opgesteld. In dit rapport wordt onomwonden gesteld dat de overgang van de gasgestookte CV-ketel naar ‘all electric’ oplossingen, voornamelijk in de vorm van lucht-water warmtepompen waarmee in 2050 62% van alle woningen volgens dit rapport uitgerust moet zijn, alleen economisch rendabel is als de gasprijs verdubbelt tot 2030 (van €0,63 all-in in 2017 naar €1,26 in 2030) en daarna verder stijgt tot €2,23 per m³ in 2050 (alles zonder inflatie, dus op het prijsniveau van 2017, en bij een verder gelijkblijvende gasprijs en BTW).

Enorme verhoging belasting op gas dreigt

Ook interessant is wat er volgens dit rapport van Milieudefensie met de totale systeemkosten gebeurt van de energievoorziening voor de gebouwde omgeving. Deze worden in 2017 geschat op €16,6 miljard, en lopen richting 2050 op tot €28,4 miljard. Let wel dit zijn de harde maatschappelijke kosten van hardware (apparaten en installaties), infrastructuur en energie, exclusief de transfers die optreden door energiebelastingen en subsidies. Alles opnieuw in constante euro’s van 2017. Van gas los is dus volgens berekeningen van de milieubeweging zelf, een zeer dure aangelegenheid die alleen kunstmatig ‘rendabel’ gemaakt kan worden door een extreme stijging van de energiebelastingen. Saillant detail is nog dat Milieudefensie deze verhogingen van de energiebelasting op gas ziet optreden voor alle categorieën gebruikers, huishoudens, landbouw en industrie. Wat dit zou doen met de concurrentiepositie van Nederland in de wereld laat zich raden.

All-electric stuit op fysieke en economische beperkingen

Een tweede argument om gas niet al te snel af te schrijven is het opslagprobleem dat in een duurzame energiehuishouding opgelost zal moeten worden. Als de elektriciteitsproductie steeds meer op zonne- en windenergie zal berusten (althans in Nederland) ontstaat het bekende gelijktijdigheidsprobleem: De vraag naar elektriciteit loopt niet synchroon met de beschikbaarheid van zonne- en windenergie. De huidige vraag naar elektriciteit varieert nog binnen grenzen die redelijk te overzien zijn. De vraag naar gas voor de gebouwde omgeving is echter sterk seizoenbepaald.
Bovendien moeten we pieken aankunnen. Gaslevering wordt nu door de Gasunie gegarandeerd tot -17°C buitentemperatuur. Als we voor ‘all electric’ warmte dezelfde eisen stellen zullen we een zeer grote capaciteit aan windturbines moeten opstellen om aan deze specifieke vraag te voldoen. Aan de zon hebben we immers niets in de winter. Veel van deze capaciteit zal echter ongebruikt blijven, want zo vaak zal het niet zo koud zijn. In de zomermaanden wordt de overcapaciteit nog dramatischer, omdat de zonnepanelen dan wél een flinke bijdrage aan de productie van elektriciteit leveren.
Kortom, als we geen zinvolle aanwending kunnen bedenken voor deze grote windcapaciteit, nodig om aan de piekvraag in de winter te kunnen voldoen, dan worden deze windmolens buitengewoon onrendabel. Oftewel, deze windmolens zullen nooit in deze omvang gebouwd worden. En hoe ga je dan je ‘all electric’ huizen duurzaam van warmte voorzien, aangenomen dat het taboe op kernenergie gehandhaafd blijft en we van onze kolencentrales af willen?

Gas maakt duurzaam energiesysteem mogelijk

De oplossing is…gas. Circulair gas wel te verstaan. Dit kan in de eerste plaats waterstof gas (H₂) zijn, te produceren uit de eenvoudige splitsing van water (H₂O) met behulp van elektriciteit. En vervolgens kunnen via verdere chemische reacties producten als ammoniak (NH₃) of methaan (CH₄) gemaakt worden. Waarbij we weer terug zijn bij aardgas. Geweldig efficiënt zijn deze omzettingsprocessen nog niet, maar er wordt op het moment steeds meer onderzoek naar gedaan, dus dat zal de komende jaren allicht beter worden (zie bijvoorbeeld het concept advies ‘Elektrochemische Conversie & Materialen, naar CO₂-neutrale energie in 2050; in juni 2017 samengesteld door een brede commissie met leden uit de wetenschap en industrie). Gassen kunnen we prima opslaan. We kunnen ze maken als het waait en we elektriciteit ‘over’ hebben, een situatie die zich steeds vaker voor zal gaan doen.

Gassector zint op systeemoplossingen

Gelukkig zit onze gassector ook niet stil. Er zijn immers enorme economische belangen in het geding, een gegeven waar aan de ‘klimaattafels’ in Den Haag nog wel eens achteloos voorbij lijkt te worden gegaan. Het gaat hierbij niet alleen om de aanzienlijke economische waarde van het gas zelf, maar om de enorme hefboomwerking die het totale energiesysteem heeft voor de welvaart in onze samenleving als geheel.
In een recent rapport van de gassector wordt een inspirerend beeld geschetst van een energienet op de Noordzee, waarbij we windenergie, gaswinning, waterstofproductie en opslag van CO2 in een samenhangend systeem bijeen brengen. Het is dit type oplossingen dat de energietransitie naar een volgend niveau zal brengen, met gas in een hoofdrol. Dus nog even rustig aan met het uit de grond trekken van gasleidingen graag!

CO2-uitstoot Blijft Stabiel

Op 11 september 2018 publiceerde het CBS een persbericht met de nieuwste cijfers wat betreft de uitstoot van het broeikasgas CO2 in Nederland. Dit persbericht is in al zijn nuchterheid onthullend.

CO2-uitstoot in 2017 even hoog als in 1990

Uit deze cijfers blijkt namelijk dat de uitstoot van CO2 zelf in Nederland in 2017 met 163 miljard kg exact even hoog is als in 1990, het referentiejaar voor het oude internationale Kyoto-akkoord. Volgens dit akkoord zou de uitstoot in 2020 20% lager moeten zijn dan in 1990.
Als de CO2-equivalente gassen worden meegeteld (vooral methaan en lachgas) is de situatie wat gunstiger. Dan bedraagt de reductie 13%. Deze reductie danken we vooral aan de industrie die beter is gaan letten op lekken en uitstoot van andere gassen. Maar deze reductiemogelijkheden zijn eindig. Als we de CO2-uitstoot zelf niet omlaag krijgen zullen we nooit aan de doelstellingen van het Parijse akkoord uit 2015 gaan voldoen.

Sectoren boeken vooruitgang met CO2-besparing

Kijken we per sector dan zien we aanzienlijke verbeteringen in de belangrijkste sectoren.

De energiesector is in deze jaren 54% meer elektriciteit gaan produceren, met een totale CO2-uitstoot die slechts 22% hoger is dan in 1990. De CO2-efficiency is in deze jaren daarmee toegenomen met 26%. Per geproduceerde kWh stoot de sector 26% minder uit in 2017 dan in 1990, onder meer door toename van duurzame elektriciteitsproductie met bio-massa, wind en zon-PV, efficiëntere centrales, en verschuiving van kolen naar gas als brandstof.

De zware industrie (olie, chemie, staal) produceert ca. 50% meer in 2017 dan in 1990, met een CO2-uitstoot die absoluut gedaald is met 14%. De CO2-efficiency in deze sector is daarmee met maar liefst 75% gestegen per eenheid product.

Bij het wegverkeer zien we een relatieve verbetering. Het aantal afgelegde kilometers is met 42% toegenomen, terwijl de totale CO2-uitstoot met 12% is toegenomen, een efficiency-verbetering van 27% door zuiniger auto’s.

De gebouwde omgeving laat weer een absolute verbetering zien. Het aantal woningen is met 32% toegenomen, terwijl de totale CO2-uitstoot met 17% is afgenomen. Dit betekent een efficiency-verbetering van 59% door betere isolatie en apparatuur in woningen en kantoren, en is waarschijnlijk een beetje geholpen door de opwarming van het klimaat (zachtere winters).

Innovatie zorgt niet voor afname CO2-concentratie

Hoe moeten we deze resultaten nu wegen?
Positief is dat er in alle sectoren in 27 jaar kennelijk hard gewerkt is en wordt aan het CO2-armer maken van onze productie. We zijn goed bezig met zijn allen, met de veel verguisde zware industrie als kampioen CO2 besparen.
Aan de andere kant moeten we ook vaststellen dat het opgeteld nog allemaal weinig uithaalt. De totale CO2-uitstoot (zonder de equivalenten mee te tellen) blijft hardnekkig stabiel.
Je kunt ook stellen dat zolang onze productie door blijft groeien, waar Nederland en de rest van de wereld ook in deze jaren weer hard mee bezig zijn, absolute CO2-reductie een illusie blijft.
Dit is een pijnlijke waarheid die steeds evidenter wordt. Met alle technologische innovatie en investeringen slagen we er slechts in de groei van de CO2-uitstoot te neutraliseren ten opzichte van de economische groei, maar niet in het absoluut verminderen van deze uitstoot, laat staan in het effectief verminderen van de concentratie van CO2 in de atmosfeer.
Als we geen groeimodellen vinden waarbij we CO2 actief en massaal gaan vernietigen of hergebruiken, en die zijn op dit moment nog nergens in zicht, dan zal de concentratie van CO2 in de atmosfeer daarom onvermijdelijk en onstuitbaar blijven toenemen.

Green Greed

Wat te doen met de gasaansluiting?

Het begin van het nieuwe jaar werd opgeluisterd door een discussie over de kosten van het verwijderen van gasaansluitingen. Een beetje voor de muziek uit lijkt mij dit, maar vooruit, regeren is tenslotte vooruitzien. De interessantere vraag hierachter is hoe je de energietransitie moet financieren.

Als je geen gas meer nodig hebt kun je drie dingen met je gasaansluiting doen. Het eerste is niets, maar dan blijf je (in 2018) ca. € 130 per jaar betalen aan de netbeheerder. Het tweede is de gasaansluiting administratief laten afsluiten. Soms is dit gratis, soms wordt hier eenmalig geld voor gevraagd door de netbeheerder. Je betaalt voor een huisbezoek van een monteur die 5 minuten bezig is. De aansluiting wordt dichtgezet en verzegeld. Je hebt dan geen jaarlijkse kosten meer. De derde mogelijkheid, en daar gaat het hier om, is de gasaansluiting en de meter fysiek weg te laten halen door de netbeheerder. Dit is aanzienlijk duurder. Netbeheerders vragen hier €600-650 voor.

Laat je aansluiting niet te snel weghalen

Dit laatste zou ik overigens niet zo snel laten doen. Als de gastoevoer in de meterkast wordt afgesloten is de kans op lekkage nihil. Bovendien kun je de komende jaren nog op je schreden terugkeren als blijkt dat die warmtepomp toch niet bevalt en we inmiddels tot andere inzichten in de toekomstige rol van gas zijn gekomen. Zolang er nog wel gas in de toevoerleiding in de straat loopt blijft het risico op gaslekken, bijvoorbeeld door graafschade, bestaan. Met andere woorden, een paar meter pijp verwijderen tussen je meterkast en de straat draagt niet of nauwelijks bij aan de veiligheid in en rond je huis. Pas als de hele straat gasloos kan worden, bijvoorbeeld door het aanleggen van stadsverwarming, zou je de complete gasinfrastuctuur weg kunnen halen. Dit kunnen netbeheerders dan mooi combineren met de aanleg van de stadsverwarming, waardoor het kostenplaatje er heel anders uit komt te zien. De verwijderingskosten maken dan deel uit van een compleet project.

Socialiseren is sigaar uit eigen doos

Hier komen we op een fundamenteel punt. Bij dit soort projecten zal steeds de afweging gemaakt moeten worden hoe de projectkosten betaald worden en door wie. Door een aanzienlijk deel van de aanlegkosten te socialiseren, oftewel om te slaan over alle aansluitingen in Nederland, zou je de directe projectkosten stelselmatig onderschatten. Daarmee wordt de doorbelasting van deze kosten aan de directe gebruikers in feite te laag. De rest van de kosten wordt immers door alle huishoudens in Nederland gedragen, die hiermee het project in feite subsidiëren.
Het is hierbij echter net als bij verzekeren. Bij een klein risico met grote gevolgen heeft het zin deze hoge kosten via een verzekeringspremie om te slaan over alle verzekerden. Maar als het ‘risico’ vrijwel 100% is werkt dit principe niet meer. Iedereen zal dan linksom of rechtsom gewoon zelf voor de kosten moeten opdraaien. Energietransistie is zo’n 100% risico. Het treft ons immers allemaal.

André Jurjus, directeur van Netbeheer Nederland, de brancheclub van de netbeheerders, pleitte in een recent artikel in Trouw voor socialisatie van de verwijderingskosten. Dit is geen verrassing, want socialisatie is het favoriete model van de netbeheerders en ontslaat hen van allerlei moeilijke discussies met afnemers van hun diensten. Zij laten elk jaar hun tarieven vaststellen door de ACM en kunnen dan weer een jaar hun gang gaan. Werkt wel zo prettig natuurlijk.

Ook de nobele Grünmenschen, de voorlopers in de energietransitie die het idee hebben dat ze steeds beloond moeten worden voor hun goede gedrag met subsidies, belastingkortingen en hoofdelijke omslag van de collectieve kosten die ze veroorzaken, zijn uiteraard vóór socialisatie. Vol verontwaardiging wordt al gesproken over ‘een boete op het gasloos maken van je woning’. Hoe durven ze hier geld voor te vragen!

Maar als we uiteindelijk allemaal van het gas af moeten is dit een sigaar uit eigen doos. We subsidiëren elkaar dan allemaal, maar niet in dezelfde mate en niet tegelijkertijd. De eersten zijn goed af, terwijl het voor de latere instappers en de onvrijwillige zittenblijvers steeds duurder wordt.

In Duitsland zijn de grenzen van socialiseren zichtbaar

In Duitsland is dit effect al goed zichtbaar. Bezitters van zonnepanelen en windmolens genoten jarenlang van riante vergoedingen voor het invoeden van duurzame stroom in het net. De netbeheerders wikkelen dit af en slaan de kosten van deze vergoedingen om over alle aansluitingen. In het begin viel dit niet zo op, maar inmiddels zijn de stroomkosten voor de consument in Duitsland ca. €0,07 per kWh hoger dan in Nederland, ondanks lagere prijzen in de groothandel. Bovendien drukken deze kosten steeds sterker op de lagere inkomens die weinig energie kunnen besparen en evenmin kunnen profiteren van de installatie van zonnepanelen. De regeling is inmiddels dan ook danig versoberd.

Het is daarom onverstandig om de kosten van de energietransitie af te wentelen van de vaak welvarende early adopters naar de massa van de bevolking en uiteindelijk naar de economisch zwakkere groepen in de samenleving. Dit leidt tot foute rekenmodellen, tot een overschatting van de mogelijkheden, tot foute allocatie van kapitaal en tot een duur en uiteindelijk met name voor de lagere inkomensgroepen onbetaalbaar energiesysteem. We willen natuurlijk allemaal wel in een belastingvrije Tesla rijden die betaald wordt door onze buurman, maar dat gaat hem niet worden.

Daarom beste voorlopers, ‘put your money where your mouth is’, investeer blijmoedig in een gasloze toekomst en zeur niet over de kosten.

Bereken De Extra Energiebelastingen In Jouw Situatie

Met een eenvoudige rekentool kun je hier uitrekenen wat de aangekondigde belastingverhogingen voor jou betekenen

 

Verwarring over energiebelastingen

Er was eind 2017 een hoop te doen over de verhoging van de energiebelastingen die in het regeerakkoord voor de komende jaren wordt aangekondigd. Feit is dat de tarieven die meebewegen met je verbruik gaan stijgen, en dat de vaste belastingkorting (dit jaar €373) in 2019 met €62 gaat afnemen.

Wat de aangekondigde verhogingen van de energiebelastingen op stroom en gas voor jou of je bedrijf of organisatie betekenen kun je hier eenvoudig uitrekenen. Vul het jaarlijkse stroom- en gasverbruik in en je ziet meteen hoeveel extra belasting er in 2018, 2019, 2020, 2021 via de energierekening geïnd zal worden (inclusief de 21% BTW die over deze belasting geheven wordt). De extra belasting is berekend op basis van het meest actuele kamerstuk waarin de voorgenomen verhogingen of verlagingen voor de komende jaren vermeld staan (in 2021 dalen de tarieven volgens dit kamerstuk weer een beetje). De tarieven worden elk jaar in december definitief vastgesteld voor het volgende jaar. Voor de jaren 2018 t/m 2019 zijn de werkelijke tarieven gehanteerd, die een klein beetje afwijken van de in het kamerstuk vermelde prognoses.

Gemiddelde effecten zijn nietszeggend

Er ontstond vervolgens veel verwarring over de gevolgen voor ieders portemonnee. Iedereen begint dan met gemiddelden te strooien. Maar gemiddelden zeggen niet veel voor je eigen situatie. De overheid kiest een laag gemiddeld verbruik per huishouden en neemt vervolgens aan dat dit gemiddelde verbruik gemiddeld gaat dalen volgens de doelstellingen van het regeerakkoord. Dit zou dan moeten komen van energiebesparing, isolatie, zonnepanelen, etc. En ziedaar, dan valt het allemaal best mee.

Met dit soort rookgordijnen bouw je geen draagvlak voor de energietransitie! Want een gemiddelde besparing bestaat natuurlijk niet. Verbruiken verschillen sterk per huishouden. Je kunt óf wel besparen, óf je kunt niet besparen. In het eerste geval zullen je energiekosten, en dus ook de energiebelastingen dalen (of minder stijgen), in het tweede geval betaal je de volle verhoging.

Dit is deels een keuze, maar deels ook niet. Als je bijvoorbeeld huurder bent, heb je in de regel veel minder mogelijkheden om via investeringen in je woning de energiekosten te verlagen dan wanneer je een eigen huis hebt. Vandaar dat de Woonbond, die voor de belangen van de huurders opkomt, zich terecht in het debat mengde. Maar ook woningeigenaren zullen zich afvragen of investeringen lonen. Dat zal in iedere situatie immers anders zijn. Zo zet de overheid iedereen wel weer aan het denken. Bespaar ze!

Forstrom ©2019

Kunnen We Klimaatverandering Stoppen?

De strijd tegen het CO₂-fantoom leidt de aandacht af van de echte problemen die door klimaatverandering veroorzaakt worden.

Klimaatverandering is een urgent probleem…

Klimaatverandering veroorzaakt veel problemen. Het niveau van de zeespiegel, extreem weer, voedselproductie, ecosystemen, biodiversiteit, woongebieden van grote aantallen mensen, al deze factoren krijgen last van een opwarmend klimaat. Je kunt deze problemen aanpakken, of je kunt proberen het tij te keren en het klimaat te stabiliseren. Passen we ons aan, of kunnen we het klimaat naar onze hand zetten? We lopen grote risico’s als we niets doen. Maar we lopen ook grote risico’s als we achter een oplossing aanrennen die niet gaat werken. Lees verder…

Warmtepomp Duur Alternatief Voor CV-ketel

Gasloos verwarmen met een warmtepomp is veel duurder dan met een CV-ketel. Een grootschalige praktijktest wijst uit dat er ondanks een hoge investering vrijwel geen voordeel optreedt in de jaarlijkse energiekosten.

Warmtepomp in praktijk niet rendabel

Waar stadsverwarming en nieuwe warmtenetten geen optie zijn worden elektrische warmtepompen gezien als een goede oplossing om woningen zonder gas te verwarmen. In 2006 is dit in een nieuwe wijk in Haarlem, met vooruitziende blik, toegepast.
Maar er zijn ook huizen met een traditionele CV-ketel in de wijk. Dit biedt een unieke kans beide systemen op comfort en kosten te vergelijken. Zoals we in een ander artikel uiteen zetten is het theoretisch rendement van een warmtepomp niet geweldig. In de praktijk is het nog wat slechter. Je kunt prima verwarmen (en koelen) met een warmtepomp, maar economisch legt de warmtepomp het op alle fronten af tegen de moderne gastechniek. Lees hier onze eigen ervaringen…

Energiekosten Gaan Fors Stijgen

Het regeerakkoord van het in oktober 2017 aangetreden kabinet zal leiden tot een aanzienlijke stijging van de energiekosten.

Het nieuwe kabinet belooft dat iedereen erop vooruit gaat. Tegelijk gaat de regering aan vergroening werken door belastingen op consumptie te verhogen en belastingen op inkomen te verlagen. Hoe dit uitpakt zal voor ieder huishouden verschillend zijn, maar als je veel energie verbruikt zou de balans wel eens in je nadeel kunnen uitslaan.
Verwacht wordt van burgers en bedrijven, dat zij de komende jaren grote investeringen gaan doen om hun huis en vervoer toekomstbestendig te maken. De totale energiekosten, inclusief de kosten en lasten van deze investeringen, zullen daarom sterk gaan toenemen. In dit blog zullen we de komende tijd onderzoeken hoe precies.

Eric Wiebes, onze nieuwe minister van Economische Zaken en Klimaat is niet te benijden. De klimaatambities zijn kolossaal en zullen de komende jaren in concrete plannen en maatregelen omgezet moeten worden. Laten we eens kijken wat hij zoal voor de burger in petto heeft.

Elektrisch rijden wordt de nieuwe norm

In 2030 (‘uiterlijk’) mogen auto’s die op benzine, diesel of lpg rijden niet meer verkocht worden. We gaan allemaal elektrisch rijden, of nog beter, we laten ons dan allemaal rijden in zelf rijdende elektrische voertuigen. Dat is over 12 jaar. In die tijd kopen of leasen we misschien nog één of twee keer een nieuwe of gebruikte auto. Wanneer schakel je om naar elektrisch? En wat betekent het voor de afschrijving en restwaarde van je oude auto? Over voldoende laadpunten bij je thuis, op je werk of onderweg, omgaan met ‘afstandsangst’, autovakanties en het trekken van de caravan hebben we het dan nog niet eens.

We moeten van het gas af

In 2050 (eveneens ‘uiterlijk’) gebruiken we geen gas meer voor het verwarmen van ons huis, water en koken. In proefprojecten die tot nu toe rond deze ambitie zijn uitgevoerd blijkt dat dit eigenlijk alleen bij nieuwbouw redelijk kosteneffectief gerealiseerd kan worden. De woning wordt dan zwaar geïsoleerd uitgevoerd en voorzien van ofwel een aansluiting op blok- of stadsverwarming, ofwel van een elektrisch aangedreven warmtepomp. Deze verwarming wordt gecombineerd met vloerverwarming door de hele woning, zodat het huis met een relatief lage watertemperatuur in het verwarmingssysteem warm gehouden kan worden. En ook balansventilatie, een zonneboiler en zonnepanelen voor het opwekken van elektriciteit mogen dan eigenlijk niet ontbreken. Er zijn op dit moment hooguit enkele honderden woningen in Nederland die aan deze hoge standaarden voldoen. Nog een ruime 7 miljoen woningen te gaan dus. Ca. 90% van alle woningen heeft een gasaansluiting, de rest heeft al blokverwarming, bijvoorbeeld appartementen in flatgebouwen, of stadsverwarming. De huidige blok- of stadsverwarming draait overigens in vrijwel alle gevallen ook gewoon op gas of andere fossiele brandstoffen.
Deze voorzieningen achteraf aanbrengen in bestaande oudere woningen en buurten kan wel, maar is buitengewoon kostbaar. Je moet dan denken aan investeringen per woning tussen de €30.000 en €80.000 of meer, afhankelijk van type, ouderdom, etc. En nog afgezien van investeringen in publieke infrastructuur om bijvoorbeeld duurzame blok- of stadsverwarming op grote schaal mogelijk te maken. We krijgen immers wel ‘recht-op-warmte’, maar dit recht is niet gratis.

Belastingen blijven stijgen

Als het aan de overheid ligt zullen ook de gewone energiekosten de komende jaren alleen maar stijgen. Voor 2018 en 2019 zijn al belastingverhogingen aangekondigd en ook voor de jaren daarna zijn verhogingen te voorzien om de pot te vullen waaruit Economische Zaken de subsidies aan duurzame energieprojecten financiert. Hiervoor zijn in diverse rondes al langjarige verplichtingen aangegaan. Enerzijds is dit een prikkel voor burgers om in besparingsmaatregelen te gaan investeren, maar anderzijds bestaat het risico dat hoe beter sommige burgers hierin slagen, hoe hoger de tarieven voor de anderen zullen worden. De totale belastingopbrengst moet immers wel gehaald worden. Reken hier uit wat de aangekondigde verhogingen voor jou gaan betekenen.

De energieprijs blijft onzeker

Interessant is wat er met de kale stroomprijzen de komende jaren gaat gebeuren. Aan de ene kant hebben we de afgelopen jaren overwegend dalende prijzen gezien, zeker in de zomer waar het groeiende aanbod van zonnestroom en wind in Nederland en omringende landen (vooral Duitsland) een drukkend effect op de stroomprijs uitoefent. Deze beweging zal wel doorgaan. Gedetailleerd inzicht in de ontwikkeling van de stroom- en gasprijzen gedurende de laatste jaren bieden we op de Forstrom website.
Aan de andere kant neemt de druk om fossiele centrales uit bedrijf te nemen toe, vooral waar het gaat om kerncentrales (Duitsland en België) en kolencentrales. Dit kan op termijn vooral in de wintermaanden tot krapte op de markt gaan leiden, zeker als het eens wat minder hard waait. Hoge stroomprijzen in de winter en lage prijzen in de zomer zijn daarmee waarschijnlijk. Hoe dit per saldo uit gaat pakken is echter koffiedik kijken.
Als stroom uit gascentrales in de toekomst kern- en kolenstroom moet vervangen is niet denkbeeldig dat de kale gasprijs, die de laatste jaren vrij gematigd is, ook weer gaat stijgen. Hier gaat elke consument die nog niet ‘gasloos’ is last van krijgen.

Zijn zonnepanelen nog wel interessant?

Tot slot worden de voorlopers in deze transitie, degenen die al in zonnepanelen geïnvesteerd hebben, of van plan zijn dit binnenkort te doen, geconfronteerd met een aangekondigde afbouw van de regeling waarbij je voor aan het net terug geleverde stroom evenveel ontvangt als voor afgenomen stroom op een ander moment in het jaar. Dit is de zogenaamde salderingsregeling. Aangezien de stroomkosten voor ca. tweederde uit belasting bestaan, betekent afbouw van deze regeling vooral dat volledige verrekening van de energiebelasting vanaf 2020 niet meer mogelijk zal zijn. Wat het dan wel wordt is nog onduidelijk. Uitrekenen of het financieel zinvol is om zonnepanelen te installeren kun je op het moment dus niet meer, omdat de terugverdientijd nu (ca. 7-9 jaar) de resterende tijd van de huidige regeling ruim overschrijdt. Dit zal de zonnebranche geen goed doen.

Kortom als het om energie gaat wordt er wel een heel groot beroep op het vertrouwen van de burger gedaan dat dit goed gaat komen, laat staan dat hij of zij daar financieel beter van gaat worden.